Aanmelden | Contact
Zoeken

Tekeningen onbekende kunstenaar


Op 10 mei 1940 werd het huis te Dordrecht van Abraham Naaktgeboren door de Duitsers kapotgeschoten.
De familie Naaktgeboren verhuist van Zuidendijk 51E naar Jan Vethkade 11 en vervolgens naar Floresstraat 98.
Op de zolder van hun nieuwe huis vinden ze een tas met tekeningen.

Tussen 1937 en 1940 woonde de familie Verschuur op Floresstraat 98.
Er is tot nu toe geen link gevonden met de familie Verschuur-Brand (de vorige bewoner van het huis) en de gevonden tekeningen:


- bouwdossier Floresstraat 52-102 (1937)

(J.A. Meijers, A. Cuypsingel 255, bouwen van 26 vrije woningen op een terrein gelegen aan de Floresstraat B 1090 en 1091 (29 mei 1937); 13516; https://www.archieven.nl/maisi_ajax_proxy0.php?mivast=0&mizig=239&miadt=46&miaet=185&micode=752-07&minr=6352944&milang=nl&misort=dat|asc&mizk_alle=floresstraat&miview=viewer2)

- Gezinskaart
1. Abraham Naaktgeboren (hoofd) 1-7-1901 Zwijndrecht, electrien E.M.F., (NH) RK, tr 1 mei 1930;
2. Bertha Vermeeren (vrouw) 5-7-1904 Zwijndrecht, RK; [overl. 1995, dochter van Henricus Ferdinandus Emerans Vermeeren en Teuna van Mastbergen]
3. Abraham Naaktgeboren 10-2-1931 Dordrecht, RK;
4. Antonius Naaktgeboren 29-5-19.. Dordrecht, RK;
5. Frits Naaktgeboren 26-6-193. Dordrecht, RK;
6. Maria Naaktgeboren ... Dordrecht, RK;
7. Henricus Ferdinandus Emerans ...Dordrecht, RK;
Wonende: Havenstraat 7rood; (12-5-1927) Zeehavenlaan 84; (22-10-1927) Toulonschelaan 80, Heijsterbachstraat 36ben; (21 Apr 1933) Weeskinderendijk 51; (6Mrt36) Zuidendijk 51E; (23Mei40) Jan Vethkade 11; (8Jun40) Floresstraat 98;
[https://www.regionaalarchiefdordrecht.nl/app/themes/regionaalarchiefdordrecht/maisi_ajax_proxy.php?mivast=46&mizig=210&miadt=46&miaet=185&micode=256&minr=8029796&milang=nl&misort=last_mod|desc&mizk_alle=256&miview=viewer2]


- Dordrechtsche Courant 24 mei 1940:
'A. Naaktgeboren en gezin, electricien, van Zuidendijk 51 E naar Jan Vethlaan 11.;'



- Dordrechtsche Courant 11 juni 1940:
'A. Naaktgeboren en gezin, electricien, van Jan Vethkade 11 naar Floresstraat 98;'



- Gezinskaart
1. Johannes Dekker 21-9-1902 Ouderkerk a/d IJssel, houder van melk & transportbedrijf (h), tr. Bergambacht 25-8-1927
2. Magcheltje Adriana van der Bas 26-12-1904 Bergambacht, zonder
3. Adrianus Dekker 30-05-1932 Ouderkerk a/d IJssel
Wonende: 20Mrt38 van Ouderkerk a/d IJssel Kerkweg 71; Jan Vethkade 11; 11Jan40 naar Papendrecht Veerweg 18;

- ADRESBOEK 1938
A. Naaktgeboren, electricien, Zuidendijk 51e;
P. Verschuur , verz.agent, Floresstraat 98;
P. Verschuur [Dordrechtsche Voetbalbond] Bestuur: Penningmeester, Floresstraat 98;

- gezinskaart 1918-1937
1. Pieter Verschuur 7-2-1892 Dordrecht, agent Levensverz. Maatschappij, tr. Dordrecht 14-8-1918
2. Marianne Brand 31-10-1894 Dordrecht
3. Pieter Verschuur 23-1-1921 Dordrecht, kantoorbed.
4. Hugo Verschuur 3-12-1923 Dordrecht
WONENDE: ... vanaf 2Nov37 Floresstraat 98; vanaf 7Jun40 Leerambachtstraat 1
[https://www.regionaalarchiefdordrecht.nl/app/themes/regionaalarchiefdordrecht/maisi_ajax_proxy.php?mivast=46&mizig=210&miadt=46&miaet=185&micode=256&minr=8042554&milang=nl&misort=last_mod|desc&mizk_alle=256&miview=viewer2]

- Pieter Verschuur, zoon van Pieter Verschuur / Elisabeth Maria Roelands;
- Marianne Brand, dochter van Hugo Brand / Johanna Wilhelmina Boezel;



De tekeningen zijn bijna allemaal door dezelfde persoon gemaakt.
Ze zijn vermoedelijk gesigneerd met 'L.G.'.
De tekeningen zijn gedateerd met: 1900, 1904, 1907, 1910, 1912, 1916, 1920, 1922, 1935 en 1937.
Voorkomende plaatsnamen zijn: Amsterdam, Brugge en Mainz.

Wie weet door wie de in 1940 op een zolder gevonden tekeningen zijn gemaakt?
Is zijn naam 'Koen L.G.' en heeft hij een zoon Jan? (of hoort de tekst 'Koen' op de tekening van de jongen bij 'zoon Jan', en hoort 'L.G. 1907' bijelkaar)

Mail uw tips naar: info (at) dordtenazoeker.nl.




werk van L.G.


tekening informatie


L.G., tekening, 1900

- Nagetekende buste Romeinse/Griekse god/keizer?
L.G., tekening, 1904, (Griekse vaas)

- Is het Athena?
L.G., tekening, 1904, (boerderij aan water)
L.G., tekening, 1904, (boomstam bij schuur)


L.G., gekleurde tekening, 1907, (portret van een jongen; 'Koen, zoon Jan')
L.G., 'uit het hoofd', tekening, 1910, (zwijn)


L.G., gekleurde tekening, 1910, (man met baard)

- het zal niet Kees Spijkervet alias Cornelis van Leliveld (een zogen. 'Dordtse straattype') zijn;
L.G., tekening, 1912 (bomen/bos)
L.G., tekening, 1916 (boom)
L.G., tekening, 1916 (zittende man)

- is het een man uit Tanger?
L.G., tekening, 1920 (water, oever)
L.G., tekening, 1920 (plant in pot (geranium))
L.G., tekening, 1922 ('Mainz gezicht uit Biberich')
L.G., tekening, 1935 / 1937 (achterkant: 'Brugge uitzicht uit het huis van Deurwaerder, 1936 October')

- Onze-Lieve-Vrouwekerk

- het huis op de voorgrond is: Nieuwe Gentweg 33;
L.G. zal vanuit het tegenoverliggende (huidige) viersterrenhotel 'Montanus' (Nieuwe Gentweg 76; 'voormalige burgemeesterswoning') de tekening hebben gemaakt;
Op de beeldbank van Brugge staat deze prentbriefkaart van 'hotel-pension St.-Christoffel' (eig. Lena De Deurwaerder):
"Het hotel-pension St.-Christoffel, Nieuwe Gentweg 78 - Men kon het hotel bereiken met de tram van Lijn 2, zo lezen we op de ommezijde van deze publicitaire prentbriefkaart. Eigenaar was Lena De Deurwaerder. We zien de lommerrijke tuin met zomer-slaappaviljoenen."
[https://zoeken.erfgoedbrugge.be/detail.php?nav_id=0-1&id=1074594706&index=0&cmvolgnummer=]

Lena De Deurwaerder is mogelijk identiek met Helena Marie De Deurwaerder, geb. Brugge 27 maart 1890, dochter van Joseph Francois Louis De deurwaarder (1866) en Euphrasie Louise Marie Blondeel (1863).

In "Herman de Man [1898-1946]: een biografie" (Gé Vaartjes 1999) staat: ... Daled verwees hem naar de familie De Deurwaerder, waarmee hij bevriend was en die zojuist een pension geopend had in de Nieuwe Gentweg. De man was er de eerste – en voorlopig enige - gast. De hotelhoudster raakte meteen onder de indruk van zijn persoonlijkheid en zijn' formidabele intelligentie' en vroeg hem om raad : haar pension had nog geen naam. Had hij wellicht een suggestie ? De Man stelde voor : ' Pension Louise Michel', verzwijgend dat de naamgeefster een heldin van ....
.... Enkele jaren later schreef De Man aan Bossier dat hij zich schaamde voor zijn vlucht uit Brugge en hij bood zijn excuses ... Het was mijn plan zoo rond Mei met mijn Brugsche schuld bij de familie de Deurwaerder op de Nieuwe Gentweg te beginnen [met afbetalen]. Wil jij eens voor mij informeren, hoeveel ik daar schuldig ben gebleven? ...


- VLAAMSCHE BRIEVEN
Waarde Vriend.
Eenigen tijd hebt ge geduld moetenoefenen. Is u dit zwaargevallen, dan
mag ik het als vleiend opvatten, dat ge naar meer berichten uit Vlaanderen verlangt.
Ik zal u vertellen van ons pension. Toen ik voor de eerste maal het adres
zag „Nieuwe Gentweg 78", dacht ik aan een modern huil, gelegen aan een zonnige laan
met nog jonge boomen, ergens in een nieuwen uitleg van de stad.
Bij aankomst bleek de Nieuwe Gentweg een oude straat in het oude Brugge,
nieuw tegenover den Ouden Gentweg, die met de Nieuwe- en de Catharinastraat
in een punt samenkomt, waar een groote moderne telefoonsteunpaal staat. Deze
paal was ons een herkenningsteeken, toen wij, mijn vrouw en ik, 's avonds circa
half 11 (als geheim wil ik u vertellen, dat dit uur in West-Vlaanderen's hoofdstad
tot den nacht behoort, en iedere Bruggenaar allang ter ruste is gegaan)
aankwamen. Wij kwamen met den laatsten trein van Brussel en meenden een
hoofdstation te vinden met veel drukte en personeel, doch we zagen op het uur
van aankomst leegte en duisternis. Geen witkiel om de bagage te dragen, geen
mannen van hotels met de namen op de petten. Beladen met 2 koffertjes etc.
stonden we even voor den trein, die op het punt stond naar Ostende door te
gaan. Een donkere gedaante schiet op ons af: Ou allez vous? (waar gaat gij
heen?) klinkt ons in de ooren. Denkende te doen te hebben met iemand van het
pension, antwoord ik; „St. Christophe". De man herhaalt verbaasd „St. Christophe"
en ik laat volgen! „Pension St. Christophe". O! klinkt het en de gedaante
vliegt verder, 't Was de chef, die den trein langs ging en in ons vertrekkende
reizigers meende te zien. Ik ging uit op onderzoek naar mijn rijwiel, 's morgens
van Haarlem verzonden. Aan het goederenbureau vernam ik, dat dit bij
de douanen in ontvangst genomen moest worden, aan den haven aan het
noordeinde van de stad. Den volgenden dag bleek mij de groote waarde van het
lidmaatschap van den A.N.W.B.
Maar hoe nu uit het station te komen? Daar liepen een paar mannen, huiswaarts
keerende. Ik merkte op: ,,'t Schijnt, dal hier allemaal oude menschen wonen, die
vroeg naar bed gaan". Een van hen stond mij te woord en meende, dat wij Hollanders
's morgens zeker laat opstaan. Ik stelde hem op dit punt gerust en men
toonde ons in de duisternis de richting naar den uitgang. 'k Ontdekte in de verte een lichtje, evenals Klein Duimpje in het bosch, en er op afgaande, vonden wij
een verlaten controleur, die in het bezit van een zee van tijd met veel geduld,
ons den te volgen weg naar het pension „skoon" uitlegde en beschreef. En werkelijk
de gedegen wegbeschrijving was zoo goed, dat, toen wij den donkeren en
natten nacht (het regende) ingingen, ons de weg als van ouds bekend scheen. Door
den regen werden we gedwongen in de portiek van een kerk even te schuilen.
De duisternis en de regen beletten ons veel rond te zien. Later bleek, dat we
gestaan hadden voor een der deuren van de Kathedraal du St. Sauveur, evenals
het jongetje, beschreven door Marie Corelli, voor da Kathedraal te Rouen.
In de oude straat - de Nieuwe Gentweg was blijkbaar eens nieuw — staat
het pension als een min of meer deftig huis met electrische verlichting. Onder
hetgeen zich in de straat beweegt, mist men veel ouds, dat plaats heeft gemaakt
voor hypermoderne zaken. Na het ontbijt verwacht men de aschkar, begeleid
door den man met den ratel, doch in plaats daarvan gaat de nieuwe, mooi gemonteerde
motorwagen van den gemeentelijken reinigingsdienst voorbij, 't Doet
vreemd aan.
Wat de eigenlijke stad betreft is alles eerbiedwaardig oud.
In onze oude steden zien we hoofdzakelijk de jaartallen 1600 en 1700, te
Brugge 1400 en 1500. — 200 jaren ouder wil wel wat zeggen. Een bloeitijd van 2
eeuwen vroeger.
Wat smaakte de thee en de boterhammen, door de vriendelijke dame van het
pension gereed gemaakt en wat gingen we daarna met graagte naar onze „Memling"-kamer.
Ge moet weten, dat de kamers niet genummerd zijn, maar, een gedeelte althans, benoemd met schildersnamen
uit de 15de eeuw. Op onze verdieping vond ik de namen: ' G. David
+ 1523, H. Memling + 1495, R. van der Weyden + 1464, H. en J. van Eyck
+ 1425, + 1441.
Ik zie in dit historisch-artistieke vernisje van het pension de hand van den
heer A. DALED, directeur van het Stedelijk Museum die tot de famillie van de
dames van het pension behorot. Niet alleen
zijn de kamers nar de schilders genoemd, mar tevens zijn deze inwendig
versierd mert uitstekende foto's van hunne
werken, gedeelten, maar ook geheele
schilderijen weergevende. Zoo hing bij 't
hoofdeinde van mijn bed een groote foto, voorstellende den marteldood van den
„Heiligen Sebastiaan".
De bezoeker komt in het pension reeds in de stemming voor zijn bezoeken aan
de verschillende musea. Men slaapt in na een laatsten blik op kunstproducten
uit langvervlogen eeuwen en hoort droomerig het klokkenspel van het belfrood,
dat de late nachtelijke uren aankondigt. Brugge is een stad van verheven stemming.
Het pension kan ongeveer 35 gasten herbergen, meerderen daarboven worden
ondergebracht in dependances, doch deze komen in het pension eten. 'k Heb
geen der dependances gezien, doch van een wel goeds gehoord. Wie in den zomer
logies krijgt in St. Christophe kan het voordeel genieten van een tuinkamer,
maar voor het najaar zijn daaraan bezwaren verbonden, daar deze kamers
direct in den tuin uitkomen.
Pension St. Christophe is bij uitstek geschikt voor alleen reizende dames. Er
komen zeer veel Engelschen.
Tijdens ons verblijf waren er slechts buiten ons
3 Hollandsche dames, de andere personen, 't geheel was bezet, vrouwelijke Engelsche
en 3 mannelijke gasten, alle 3 dominéé. Wij vernamen, dat de reizende leden
van een kerkelijken bond in Engeland naar 't pension St. Christophe gedirigeerd worden. Ge moet weten, dat
St. Christophe de beschermheilige van de reizigers is. 'k Behoef dus niet nader
uit te leggen, dat alleenreizende jonge en ouders dames een veilig tehuis in ons
pension zullen vinden, als zij Brugge willen bezoeken.
Die Engelschen zijn toch een bijzonder volk, op reis zijnde. Op enkele uitzonderingen
na trekken zij in groote troepen rond en bezien de kerken en musea onder
leiding van een koster of directeur. We hoorden den koster in de „Eglise du St. Sauveur"
(kerk van den Heiligen Verlosser) in vloeiend Engelsch uitlegging
geven van de schilderijen voor een vijftigtal Engelschen en vroegen wij later eens aan eén van hen: Hebt u dit of dat
gezien? dan was het antwoord „We have done that" (we hebben dat gedaan). Voor ons klonk dat: „We hebben dat zaakje
reeds opgeknapt") in 't Vlaamsch: „We hebben dan skoon gedaan", 't Lijkt of
reizen voor hen stukwerk is, Zij nemen oogenschijnlijk van de reis zoo geheel iets anders mee, dan wij gewoon zijn te doen.
Zoudt ge denken, dat de mogelijkheid bestaat, wat meer groepen pleizierreizende
Engelschen naar Holland te leiden? Engelschen komen hier ook, we
zien hen in Haarlem veel, maar in zulke hoeveelheden als te Brugge nimmer. Dit
zal wel het gevolg zijn van de goedkoope Belgische franken. Voordat Nederland
wat goedkooper wordt, is er voldoende tijd dit vaderlandsche belang te bespregenaren
in den Gouden Sporenslag, 1302, waarin de ridders en Fransche legermachten
verslagen werden. 't Was ook daar het oude liedje. De burgers ontwikkelen
zich, vestigen zich in versterkte steden (poorters), worden rijk en machtig en
komen in botsing met de ridderschap, in oude tijden gevormd door de heeren der
kasteelen, bezitters van alles, zelfs van de bewoners hunner gronden (lijfeigenen).
De evolutie gaf nieuwe vormen aan de maatschappij.
In het stadhuis hangen schilderijen, voorstellende die machtsontwikkeling
ken en maatregelen te nemen. Dit laatste kunnen wij gerust overlaten aan de V.V.V. en aan de Nederlandsche reisbureaux,
benevens aan de vereenigimg van hotelhouders. Haarlem kan zich daarbij
gerust op den voorgrond stellen, want onlangs thuis komende, kon ik oprecht
tegen mijn vrouw zeggen: Wat is Haarlem toch een mooie en interessante stad.
Den tweeden avond te Brugge genoten we oprecht van het prachtige carillon-concert van het belfrood. Dit staat
op de hallen aan de groote markt, met het standbeeld van Jan Breydel en Pieter
de Coninc, de aanvoerders der Brugdoor handel en nijverheid der burgers.
De geschiedenis der Fransche revolutie toont ons de opkomst van den 3den stand.
Het carillonspel was een waar genot.
Het was 's avonds tusschen 9 en 10 uur. Nauwelijks was de laatste zware dreun
van den 9den slag uitstervende of vroolijk jubelden de hooge heldere toonen de
lucht in. Men luistert vol bewondering, ja bewogen toe. Wij hooren ook in ons
land carillonspel, maar zoo iets als te Brugge is eenig. 't Was niet de beroemde
beiaardier M. A. Nauwelaerts, welke dien avond speelde, we genoten het spel
van M. Messer. Het programma luidde:
1. Prelude door Beiaard Bd. Dupan.
2. a. Spinnelied Herder,
b. Wij leven vrij, wij leven blij, J. W. Willems.
3. Engeldroom G. Lodovic.
4. Le Tyrol Ambroise Thomas.
5. Barcarole, duc Mendelssohn.
6. a. Melodie Beethoven, b. Childseveningprayer X.
7. La Flüte enchantée Mozart.
8. Les Pecheurs de Perles Bizet.
Stel u voor: De markt over een belangrijk
gedeelte vol menschen, de café's
rondom druk bezocht; met auto's zijn de bezoekers uit de badplaatsen toegesneld.
Doodelijke stilte onder de menschen, die o. m. op de treden van het standbeeld
zitten, terwijl de heerlijke tonen van het hooge belfrood somtijds huppelen, dan
zweven, dan dreunen door de heldere lucht, en de maan de silhouetten der
omliggende gebouwen scherp doet afteekenen
Dr. A. H. VORSTMAN, Haarlem, October 1925.
[Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant 22-10-1925]
[https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&identifier=MMSAEN01:000049475:mpeg21:a0046] [- José Garnier STORIE (1899-1961), zoon van een deurwaarder uit Brugge was kunstschilder
(Alphonse STORIE, deurwaarder van beroep (Sint-Joost-ten-Noode 1868-Brugge 1955) / Pauline De Groote-STORIE (Sint-Joost-ten-Noode 1870-Brugge 1962) zuster van Alphonse en weduwe van deurwaarder Constant DE GROOTE)
[https://zoeken.erfgoedbrugge.be/Beeldbank/BRU001027900]

- De zolder op GPD - Het gebouw Steenhouwersdijk no. 2 in de Belgische stad Brugge heeft een enorme, uit de vijftiende eeuw daterende zolder. Door grote dakvensters zijn de grijze wolkenvelden te zien die de zomerstorm over het Vlaamse land jaag .....
Nu, ruim 500 jaar later, wil mevrouw Van der Hofstadt er weer een „rijke zolder" van maken, zij het dan in andere betekenis. De zolder is het atelier geweest van haar in overleden broer, de bekende Brugse portretschilder José Storie en zijn in 1960 gestorven vrouw, de pianiste Suzanne de Meyere, eens winnares van het Chopin-concours in Warschau. ....
Limburgsch dagblad 06-07-1968 [https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&identifier=ddd:010538856:mpeg21:a0346]
]
L.G., tekening, 1935 (achterkant: 'Koepel van het paleis op den Dam 1937')
L.G., tekening, 1937 ('Rokin Amsterdam 1937')
doorgekraste schetstekeningen op de achterkant van een tekening, (bloempot)
fragment schetstekening, (stoel met zittend figuur)

werk van G. van Meeuwen(?)


tekening informatie


G. v. Meeuwen (G. Meeuwse(?)), tekening, 1930 ('Zus Rudo oud 5 jaar')

- Rudo = Rudolphine ?
fragment schetstekening, (achterkant meisje 'Rudo')

Laatst gewijzigd: juli 2022.