Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht - bedrijfsdossiers


Nationaal Archief
Toegang 3.17.01.02 Kamer van Koophandel (Dordrecht)
Inventarisnummer 55

DOSSIER 1110
Simon van der Kloet Mzn, gevestigd te Dordrecht.

INHOUD
.
  • A. 31-05-1921 Eerste inschrijving
  • B. 13-09-1932 omzetting in venn. onder firma
  • C. 13-09-1932 nieuw opgave
  • D. 12-08-1938 nieuwe acte van Vennootschap
  • E. 12-08-1938 nieuw opgave der firma
  • F. 30-10-1946 Venn. ontbonden Het bedrijf wordt voortgezet door en voor rekening van H. v.d. Kloet onder den bestaanden handelsnaam
  • G. 30-10-1946 nieuwe opgave
  • H. 30-10-1946 kapitaalsopgave
  • I. 05-09-1951 opheffing der zaak

E(2). (12-08-1938)


Opgaaf van Firma Simon van der Kloet Mzn, gevestigd te Dordrecht.

Bepalingen der Huwelijksche Voorwaarden.
[Artikel 1] De echtgenooten zullen in geen andere gemeenschap gehuwd zijn dan in die van inboedel, als bedoeld in artikel 570 van het Burgerlijk Wetboek, doch met inachtneming van artikel 8 dezer akte. Derhalve zullen, zoowel de wettelijke algeheele gemeenschap van goederen als de gemeentschap van winst en verlies en die van vruchten en inkomsten, wel uitdrukkelijk zijn uitgesloten.
[Artikel 2] Alle zaken, welke de aanstaande echtgenooten thans reeds bezitten of die zij later door erfenis, making of schenking mochten verkrijgen zullen met uitzondering van de zaken, die in de tusschen de echtelieden bestaande gemeenschap van inboedel komen, eigendom blijven van diengene, der echtgenooten, door wien die zaken ten huwelijk zijn aangebracht of staande huwelijk zijn verkregen.
All schulden door de echtgenooten hetzij vóór, hetzij ná de voltrekking van het huwelijk aangegaan zullen komne ten laste van diengene, der echtgenooten, die deze schulden heeft gemaakt.
[Artikel 3] Bij het eindigen van de tusschen de chtgenooten bestaande gemeenschap van inboedel, doch alleen indien dit plaats vindt door het overlijden van een der echtgenooten, zal de gemeenschap in dier voege ontbonden worden, dat de langstlevende der echtgenooten tot de geheele gemeenschap zal zijn gerechtigd en geacht zal worden daarvan steeds eenig eigenaar te zijn geweest.
Wordt de gemeenschap op eenige andere wijze dan door den dood van een der echtgenooten ontbonden, dan wordt die gemeenschap van inboedel bij helften tusschen de echtgenooten verdeeld.
[Artikel 4] De vrouw zal het beheer hebben over haar roerende en onroerende goederen, voorzoover niet tot de gemeenschap van inboedel behoorend en zal bevoegd zijn zelfstandig de revenuen daarvan te innen.
[Artikel 5] De inkomsten van beide echtgenooten zullen door den man mogen worden aangewend ter bestrijding van de, geheel te zijnen laste komende kosten der huishouding en de opvoeding der kinderen, die uit het huwelijk van comparanten mochten worden geboren.
Van hetgeen in eenig jaar van de inkomsten der beide echtgenooten resteert, zal de helft worden behouden door den man den wederhelft worden teruggenomen door de vrouw en respectievelijk bij hun privé-vermogen worden gevoegd.
[Artikel 8(?!)] het lijflinnen, de kelederen, lijfssieraden en papieren of gedenkstukken, bijzonder tot het geslacht van ieder der echtgenooten betrekkelijk of bij ieder der echtgenooten in gebruik, zullen het bijzonder eigendom zijn van hem of haar, in wiens of wier gebruik zij zijn en zullen geacht worden in de plaats gekolen te zijn van die, welke ten huwelijk worden aangebracht.

(aangever: H. van der Kloet, Voorstraat 310, vennoot, Dordrecht den 12-8-1938)

Laatst gewijzigd: maart 2011.