Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: dagvaardingen 1818-1841


Bron: Regionaal Archief Dordrecht
Toegang: 5
Inventarisnummer: 570 dagvaardingen 1818-1841

* * * scans verkrijgbaar * * *


1818 Gerrit Christiaan de Ruiter en Coenraad Wijthoff


In Naam der Hooge Overheid
Den Negen en Twintigsten Julij 1816 Compareerde voor mij Cornelis van der Werff Bz en mijne mede ondergeteekende Ambtgenoot, beide openbare Notarissen, resideerende te Dordrecht, in de Provincie Zuid-Holland Gerrit Christiaan de Ruiter, Blok en Pompmaker, inde Princestraat binnen deze Stad Woonagtig als last hebbende van zijne grootmoeder Adriana vande Nadort, weduwe van wijlen Christiaan Christensen, Particuliere meede wonende in de Princestraat, ingevolge Procuratie en Brevet den 23sten Julij 1816 voor mij eerstgemelde Notaris en mijnen Ambtgenoot gepasseert en behoorlijk geenregistreerd, welke Procuratie na den gemelde Gerrit Christiaan de Ruiter deugdelijk en echt verklaard te wezen, aande Minute deze is geannexeerd.
Den welke in zijne gemelde qualiteit verklaarde dat zij Principale wel, en deugdelijk Schuldig is aan en ten behoeven van de Heer Coenraad Wijthoff, koopman wonende te Rotterdam, welke schuldbekentenis, vermits de absentie van gemelde Heer door mij eerstgemelde Notaris voor hem werdt geaccepteerd, Een Somma van Drie Honderd Gulden gesproten uit deugdelijke geleende en bereids ontvangen penningen, Belovende den Comparant dat zijne gemelde Princiepaale, Voornoemde Somma van Drie Honderd Guldens aangemelde Heer Coenraad Wijthoff, of den wettigen houder dezes, aan deszelfs woonhuis zal restitueeren en wedergeven met Termijnen van Vijftig Guldens ieder Jaar, waarvan den Eersten Termijn mitsdien verscheenen en omgekomen zal zijn heden over een Jaar, en zoo voorts van Jaar tot Jaar, tot de Volle voldoening en aflossing toe, en inmiddels daarvan Interessen te zullen betalen, zoo van het aftekeggen als staande blijvende Capitaal tegen Vijf ten Honderd in 't Jaar, Edoch is geconditioneerd, dat wanneer zijn Comparants Voornoemde Principaale ingebreken mogt blijven, gemelde Termijnen en bedongen Interessen precies ten verscheindagen te Voldoen en betalen, gemelde Heer Coenraad Wijthoff, of den wettigen houder dezes, als aan de bevoegdheid zal hebben, het geheele of resteerende Capitaal, en eens te mogen opeisschen, en nemende den Comparant voor zijne voornoemde Principale aan, dat zij in dat geval hetzelve op de eerste aanmaning zal opleggen en

en betalen, waartoe geen ander slegts middel zal behoeven gebruikt te worden, door een eenvoudige insinuatie om van de gezegde Wanbetaling te doen blijken, en moetende de Voorgemelde betalingen geschieden zonder eenige korting van reeds bestaande, of nog toekomsige belastingen ...
verbinden De Melioratie of Beterschap van een Tuin met deszelfs Huizing, Koepels en verdere betimmeringen, staande en gelegen aan den tweeden Cingel na bij de Hoogt even buiten deze Stad getekend E Numero 450 en 398 belend met den Tuin van de Heer Hendrik de Jong, aande eene, en die van Jacobus de Koning aande andere zijde
En ver klaarde den Comparant voor zijne gemelde Principale dat de voorschreven Speciaal verbonden Tuin, van dezelve zijne Principale in vollen vrijen eigendom teobehoord, en dat dezelve is vrij en onbelast, van allen andere soorten van Hypotheken, 't zij wettige, conventioneele of Geregtelijke, alles op straffe van bedrog, waarvan aan dezelve door de ondergeteekende Notarissen de nodige Explicatie en onderrigting gegeven is, welke hij verklaarde wel begrepenen te hebben.
Belovende eindelijk den Comparant voor opgemelte zijne Principale dat zij voornoemde Speciaal verbonden Tuin noch voor het geheel, noch voor een gedeelte lanter zal verhuuren dan voor den Tijd vane en Jaar, als met schriftelijk consent van Voornoemde Heer Coenraad Wijthoff of den wttigen houder dezes op poene van Nulliteit .....
Bonderel.
De Heer Coeraad Wijthoff, koopman, wonende te Rotterdam, den welke domicilie verioest ten huize van voornoemde Notaris vander Werff Bzn in het Distrikt van het Bureau der Hypotheken te Dordrecht.
Verzoekt
Tegen Juffrouw Adriana vanden Nadort, weduwe vande Heer Christiaan Chreestense, Particulier, wonende inde Princestraat binnen deze Stad.
Ingevolge eene Obligatie of Hypotheek ten haaren lasten gepasseert door haar kleinzoon Govert Christiaande (sic) Ruijter, Blok en Pompmaker, wonende meede inde Princestraat binnen deze Stad, volgens procuratie en brevet daartoe op hem gepasseert en behoorlijk geregistreert, gepasseert voor den Notaris Cornelis van der Werff Bzn en zijnen Ambtgenoot den negenentwintigste Julij 1816 en behoorlijk geregistreerd.
1e. Voor die honderd guldens Hollandsch courant van bovengemelde obligatie, ....
Gedaan te Dordrecht den vijftienden Augustus Achttien honder zestien.
Voor den requirant (was geteekent) C. v.d. Werff Bzn, Notaris.

+

Den vijf en twintigste Meij des Jaars 1800 Achtien heb ik ondergeteekende Isaak David Jaquet Deurwaarder bij de Regtbank van eerste instantie in het Distrikt Dordrecht Provincie Zuid Holland behoorlijk ingeschreven, en wonende te Dordrecht in de Grootekerkstraat Lett. A no: 125 ten verzoeke van Coenraad Wijthoff gepatenteerd koopman wonende te Rotterdam, doch kiezende te dezer zake Domicilie ten huizen van M: vander Waijfort, wonende te Dordrecht aan de Nieuwehaven Lett: A No: 434, mij vervoegd ten huizen van Adriana van de Nadort, weduwe van wijlen Christiaan Creetense (sic), wonende even buiten genoemde Stad aande tweeden Cingel na bij de Hoogt geteekend E Numoro 450 en 398, en aldaar exploit diende aan den heer Burgmeester zelve geinfumeerd een Hypothecaire Acte door Gerrit Christiaan de Ruijter als gemagtigde van haar Adriana vande Nadort weduwe Chreestense, op den 29-7-1816 ten behoeve vanden Requirant gepasseert voor den Notaris Cornelis vander Werff Bzn en Ambtgenoot, naar vereischte geregistreerd en in executorialen vorm uitgegen, met het Borderelen bewijs van Inschrijving en het Register der Hypotheken. En haar tevens uit krachte van dezelve Akte van wege de Hooge Overheide ende Justitiebevel gedaan, om dadelijk aanden Requirant voormeld of aan mij Deurwaarder als houder der Stukken te betalen eene Somma van Drie Honderd Guldens Kapitaal, met de Intressen vandien tegen Vijf per Cent in 't jaar vanden 29-7-1816 tot aan den dag der voldoening tot welke betaling zij zich bij bovengemelde Akte verbonden heeft.
En aangezien aan dit mijnbevel niet werd voldaan zoo heb ik verklaard dat bij verdere nalatigheid de Requirant zoude precedeeren tot geregtelijke onteigening der verbondende onroerende goederen, daar toe dezelve na expiratie van den termijn bij de wet bepaald doende in Arrest nemen .....
J.D. Jaquet, Deurwaarder.

Laatst gewijzigd: december 2016, juni/december 2017.