Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: dagvaardingen 1818-1841


Bron: Regionaal Archief Dordrecht
Toegang: 5
Inventarisnummer: 570 dagvaardingen 1818-1841

* * * scans verkrijgbaar * * *


1828 Administratie der Directe belastingen, in en uitgaande Regten en accijnsen (Rijnwijn)


(Copie) Extract met de minuten berustende ter Griffue van de Regtbank van eerste instantie zittinghoudendde te Dordrecht, Provincie Holland zuider Kwartier.
In naam des konings.
De Regtbank van eerste instantie zittinghoudende te Dordrecht, Provincie Holland zuider kwartier
heeft het navolgende vonnis gegeven, als Regtbanj van Correctionakele Politie.
In zake
Die Administratie der Directe belastingen, in en uitgaande Regten en accijnsen, gerepresenteerd door haren Procureur Fredrik VAN KOOTEN Eisscheresse.
contra.
Alle onbekenden welke zouden willen komen ten beschutte of racleme van twee fusten Rhijnwijn gemarkt P.S. No. 172 en No. 173 te Dordrecht, buiten de Rietdijksche poort, op den 17 Meij 1827 aangehouden gedagvaard bij exploit van den Commies bij de A(d)ministratie Zweris AALBERS, gestationeerd te Zwijndrecht in dato van den 18 en geregistreerd den 18 Februarij dezes jaars, niet comparerede en defaillante
Gezien het Proces-verbaal opgemaakt doot 's Rijks Ambtenaren op den zeventienden Meij achttien Honderd en zeven en twintig Geaffirmeerd voor den Vrederegter van het tweede Kanton Dordrecht den 19 meij daaraanvolgende, en op dien dag te Dordrecht geregistreerd.
Gehoord de Administratie en haren Eisch en Conclusien, bij monde van den Procureur Fredrik van Kooten, schriftelijk overgelegd en hier aangehecht luidende als volgt
Aangezien iot een proceesverbaal door Jan Baptist Pelerin en Johannes Bisschop, Stedelijke commiesen te Dordrecht
van 's Rijks wege geaggreerd en gecommissioneerd, op den achttienden Mei 1827
opgemaakt den volgende dag beedigd en geregistreerd, blijkt, dat dor hen in den namiddag van den zeventiende der zelfde maand, buiten de Rietdijksche poort der Stadt Dordrecht
zijn genomen in beslag "twee fusten Rhijn wijn gemerkt PS 172 & 173", welke zij lieden van de rivier hadden zien komen aanvaren, en dadelijk door een obekende aan wal lossen, en welke fusten waren onvorzien van een geleibillet
Aan gezien door dat vervoer zonder geleibillet, is gehandeld stijdig met de bepalingen
van art. 4 der Wet van 27 Julij 1822 staatsblad no. 20, en mitsdien de boete bij dat artikel vastgesteld is verbeurd.
Aangezien het procvesvervaal in regten geloof verdient.
Aangezien de gedaagden op den achttienden februarij 1828 door den Commies Zweris Aalbers op de
wijze bij art. 251 der algemeene wet van 26 Augustus 1823 staatsblad no. 38 voorgeschreven, tegen heden
voor deze Regtbank zijn gedagvaard.
Zoo concludeerd F. van Kooten, Procureur ..... etc.
.. op heden den 30sten April van den Jare 1828 bij de heeren Regters welke deze hebben onderteekend (was geteekend) J. Beelaerts van Emmichoven, Prest., C. Emans de Micault, Regter, Van der Wall, P.van Geluk, comm. Griff. ....

Laatst gewijzigd: december 2016, juni/december 2017.