Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: Koninklijke onderscheidingen Dordtenaren 1903-1940(1946-1949/1953/1960/1971)


Bron: Regionaal Archief Dordrecht (was Erfgoedcentrum DiEP)
Toegang: 8A1945 en 8A1960
Inventarisnummers:
8A1945-3132 (over 1903-1919); 8A1945-3133/3134/3135 (a t/m z); 8A1945-3136 (a t/m z); 8A1945-3142 + 3143 + 3144 + 3145 (over 1930-1940);
8A1960-2285 (over 1946); 8A1960-2286 (over 1947); 8A1960-2287 (over 1948); 8A1960-2288 (over 1949); 8A1960-2292 (over 1953); 8A1960-2306 (over 1960 A-L); 8A1960-2307 (over 1960 K-R); 8A1960-2308 (over 1960 S-Z); 8A1980-2708 (over 1971 A-F); 8A1980-2709 (over 1971 G-K); 8A1980-2710 (over 1971 L-R) 8A1980-2711 (over 1971 S-Z);
;

(transcriptie E. van Dooremalen)(scans verkrijgbaar)


Koninklijke onderscheidingen 1903-1940(1949)

Eduard Johann Erdelmann


Geboren: 1-3-1865 te Barmen in Duitsland (overl. 1950)
Wonende: Adr. van Bleijenburgstraat 40 (Dordrecht)
Functie: directeur der zangvereeniging/orchestvereeniging van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst 
Onderscheiding: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (K.B. 15-12-1935)
Uitreiking: -

Aanmerkingen:
- (Dordrecht 27 October 1913) In het hierbij teruggaande, tot den Minister van Binnenlandsche Zaken gericht adres, verzocht het Bestuur der Afdeeling Dordrecht van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst, te willen bevorderen, dat aan den heer Eduard Erdelmann, bij gelegenheid van de herdenking van diens 25 jarig jubileum als Directeur dier Afdeeling, eene Koninklijke Onderscheiding worden toegekend. Ter voldoening van Uwe uitnoodiging om U Hoogedelgestrenge dienaangaande om..., heb ik de eer U te berichten, ....;

- (Dordrecht 3 October 1928) Het zij mij geoorloofd de aandacht van Uwe Excellentie te verzoeken voor het volgende.
Het was op 1 October j.l. 40 jaar geleden, dat de heer E.J. Erdelmann, wonende alhier Adr. van Bleijenburgstraat 40, in deze gemeente optrad als Directeur der Zandvereeniging van de Maatschappij ter bevordering der Toonkunst en als Directeur der Orkestvereeniging van diezelfde Maatschappij. Deze feiten zullen feestelijk worden herdacht ter gelegenheid van muiekuitvoeringen van de Zangvereeniging en de Orkestvereeniging van Toonkunst op 22 en 23 December a.s. Ik zou het op zeer hoogen prijs stellen op eerstgenoemden datum den heer Erdelmann te kunnen mededeelen, dat zijn onvermoeid werken in deze gemeente openlijk erkenning heeft gevonden door de toekenning van een Koninklijke Onderscheiding. Hoe gerechtvaardigd die onderscheiding zou zijn moge ik met het volgende nader bepleiten.
De heer Eduard Johann Erdelmann, die te Barmen, Duitschland, op 1 maart 1865 werd geboren, doch bij de wet van 29 December 1911, Stbl 38 werd genaturaliseerd als Nederlander, werd met ingang van 1 october 1888 benoemd tot vioolleeraar aan de Muziekschool der Maatschappij tot bevordering der Toonkunst als opvolger van Willem Kes; hem werd tegelijkertijd de leiding van de zangvereeniging en van het orkest der Maatschappij opgedragen. Van 1 December 1903 af is hij tevens Directeur der Muziekschool van genoemde Maatschappij.
Gedurende 40 jaar heeft het muzikale gedeelte der inwoners van Dordrecht onnoemelijk veel aan den heer Erdelmann te danken gehad. Door zijn bezielende leiding wist hij te bereiken, dat de uitvoeringen zoowel van de Zangvereeniging als van de Orkest vereeniging der maatschappij tot bevordering der Toonkunst op zeer hoog peil stonden. Beide afdeelingen geven twee uitvoeringen in elk seizoen en steeds dwingen de prestaties zoowel der koren uit dilettanten samen gesteld, als van het orkest bewondering af.
Niet alleen voor "Toonkunst" is de heer Erdelmann de steun en toeverlaat ook in ander opzicht is op zijne kundigheden als muzikaal leider een beroep gedaan. Sinds 28 November 1914 is hij ook de Directeur der Dordtsche Opera- en Operettevereniging, een vereeniging van muzikale ingezetenen, die, daarbij gesteund door eenige beroepszangers, reeds verschillende opera-uitvoeringen op zeer verdienstelijke wijze hebben ten beste gegeven. Bij deze uitvoeringen was de zaal steeds geheel met toehoorders gevuld en het daarbij verworven succes is voor het grootste deel aan den ijver, den tact en de kunde van den heer Erdelmann te danken geweest.
Er is in Dordrecht geen muzikaal gebeuren onder de ingezetenen denkbaar of de heer Erdelmann heeft daarbij de leiding. Hij wordt door de ingezetenen, die van die muziekuitvoeringen genieten, op de handen gedragen. Behoeft het daarom te verwonderen, dat ik het mij tot een eer zou rekenen, als ik in staat mocht worden gesteld om dezen zoo zeer in aanzien staanden burger tijdens de feestuitvoering op 22 December a.s. te mogen doen blijken van openlijke waardeering voor zijn onvermoeid werken en streven gedurende 40 jaar?
Zeer hoop ik Uwe Excellentie bereid te vinden om mijn wensch, den heer Erdelmann het ridderkruis der Oranje Nassau Orde te doen deelachtig worden, te ondersteunen. Ik ben overtuigd, dat de toekenning van die onderscheiding niet alleen door het Bestuur der Muziekschool, dat het werken van den heer Erdelmann buitengewoon waardeert, maar ook door geheel muzikaal Dordrecht met ingenomenheid zou worden vernomen.
De Burg. van Dordrecht. (get. de Gaaij Fortman)
- (Dordrecht 8 Maart 1934) In de maand October van het jaar 1928 richtte ik mij tot Z.E. den Minister van Staat, Commissaris der Koningin in de Provincie Zuid-Holland, met het verzoek, wel te willen bevorderen, dat aan den heer E.J. Erdelmann, wonende alhier Adr. van Bleijenburgstraat nr. 40, ter gelegenheid van zijn 40 jarig jubileum als directeur der zangvereeniging van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst en als directeur der orchestvereeniging van diezelfde Maatschappij, in de maand December van dat jaar een Koninklijke onderscheiding zou worden toegekend en wel zijn benoeming tot ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Zijne Excellentie deelde mij toenmaals echter mede, dat hij aan mijn verzoek niet kon voldoen, daar de verdiensten van den heer Erdelmann slechts in aanmerking kwamen voor huldiging in plaatselijken kring.
Ik heb me toen bij deze overweging neergelegd. Nu ik daarna echter weer gedurende ruim vijf jaren van nabij zijn werk voor het cultureele en muzikale leven in deze Gemeente nauwkeurig heb mogen volgen, ben ik hoe langer hoe sterker tot de overtuiging gekomen, dat de verdiensten van den heer Erdelmann als kusntenaar van dien aard zijn, dat zij een Koninklijke onderscheiding, de benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau, volkomen wettigen. Naar mijne meening is de door den heer Commissaris der Koningin gestelde eisch, dat de verdiensten van een te decoreeren persoon een algemeen, voer het geheele land werkend, karakter moeten dragen, niet vol te houden en in de praktijk ook volstrekt niet steeds gevolgd. Ik meen, dat zelden met meer recht een Koninklijke onderscheiding is verdiend, als thans ten aanzien van den heer Erdelmann het geval is.
Ik moge dan ook Uwe Excellentie beleefd verzoeken, wel te willen bevorderen, dat hem die onderscheiding worde toegekend ter gelegenheid van den verjaardag van H.M. de Koningin op 31 Augustus a.s.
De staat van dienst, in welken dit verzoek zijn grond vindt, volgt hieronder
De heer Eduard Johann Erdelmann, die te Barmen, Duitschland, op 1 Maart 1865 werd geboren, doch bij de wet van 29 December 1911, Stbl. 387 werd genaturaliseerd als Nederlander, werd met ingang van 1 October 1888 benoemd tot vioolleraar aan de Muziekschool der Maatschappij tot bevordering der Toonkunst, als opvolger van Willem Kes; hem werd tegelijkertijd de leiding van de zangvereeniging en van het orchest dier Maatschappij opgedragen. Van 1 December 1903 af is hij tevens Directeur der Muziekschool van genoemde Maatschappij.
Gedurende 40 jaar heeft het muzikale gedeelte der inwoners van Dordrecht onnoemelijk veel aan den heer Erdelmann te danken gehad. Door zijn bezielende leiding wist hij te bereiken, dat de uitvoeringen zoowel van de zangvereeniging als van de Orchest vereeniging der Maatschappij tot bevordering van de Toonkunst op zeer hoog peil stonden. Beide afdeelingen geven twee uitvoeringen en elk seizoen en steeds dwingen de prestaties zoowel der koren uit dilettanten samengesteld, als van het orchest bewondering af.
Niet alleen voor 'Toonkunst' is de heer Erdelmann de steun en toeverlaat, ook in ander opzicht is op zijne kundigheden als muzikaal leider een beroep gedaan. Sinds 28 November 1914 is hij ook de directeur der Dordtsche Opera- en Operettevereeniging, een vereeniging van muzikale ingezetenen, die, daarbij gesteund door eenige beroepszangers, reeds verschillende opera-uitvoeringen op zeer verdienstelijke wijze hebben ten beste gegeven.
Bij deze uitvoeringen was de zaal steeds geheel met toehoorders gevuld en het daarbij verworven succes is voor het grootste deel aan den ijver, den tact en de kunde van den heer Erdelmann te danken geweest.
Er is in Dordrecht geen muzikaal gebeuren onder de ingezetenen denkbaar of de heer Erdelmann heeft daarbij de leiding. Hij wordt door de ingezetenen, die van die muziekuitvoeringen genieten, op de handen gedragen.
Ikhoop van harte, dat Uwe Excellentie bereid zal zijn, mijn verzoek te ondersteunen. Ik ben ervan overtuigd, dat de toekenning van die onderscheiding niet alleen door het bestuur der Muziekschool, dat het werk van den heer Erdelmann buitengewoon waardeert, maar ook door geheel muzikaal Dordrecht, met groote ingenomenheid zal worden vernomen. De Burgemeester van Dordrecht (get.) de Gaay Fortman.
- ('s-Gravenhage 16 Januari 1935) Ingevolge het door den Minister van Binnenlandsche Zaken tot mij gericht verzoek, deel ik U mede, dat bij Koninklijk Besluit van 15 December 1935 No 14,
Ir. H. de Groot benoemd is tot Officier in de Orde van Oranje Nassau en
J. Klomp, A.H.D. Wepster en E.J. Erdelmann benoemd zijn tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Zij allen zijn wonende in Uw gemeente. De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.
- Gouden erepening van de gemeente Dordrecht 14 mei 1938: De medaille had de volgende inscriptie: "Aangeboden door het gemeentebestuur van Dordrecht aan den heer Eduard Johann Erdelmann, leidsman op muzikaal gebied in deze stad, van 1888 tot 1938”;

(bron: Erfgoedcentrum DiEP/Stadsarchief Dordrecht 8A1945-3132 (over 1900-1919))
(bron: Erfgoedcentrum DiEP/Stadsarchief Dordrecht 8A1945-3136 (over 1920-1930))
(bron: Erfgoedcentrum DiEP/Stadsarchief Dordrecht 8A1945-3142 en 3143 (over 1930-1940))

Laatst gewijzigd: oktober/november 2009, maart 2020.