Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: Koninklijke onderscheidingen Dordtenaren 1903-1940(1946-1949/1953/1960/1971)


Bron: Regionaal Archief Dordrecht (was Erfgoedcentrum DiEP)
Toegang: 8A1945 en 8A1960
Inventarisnummers:
8A1945-3132 (over 1903-1919); 8A1945-3133/3134/3135 (a t/m z); 8A1945-3136 (a t/m z); 8A1945-3142 + 3143 + 3144 + 3145 (over 1930-1940);
8A1960-2285 (over 1946); 8A1960-2286 (over 1947); 8A1960-2287 (over 1948); 8A1960-2288 (over 1949); 8A1960-2292 (over 1953); 8A1960-2306 (over 1960 A-L); 8A1960-2307 (over 1960 K-R); 8A1960-2308 (over 1960 S-Z); 8A1980-2708 (over 1971 A-F); 8A1980-2709 (over 1971 G-K); 8A1980-2710 (over 1971 L-R) 8A1980-2711 (over 1971 S-Z);
;

(transcriptie E. van Dooremalen)(scans verkrijgbaar)


Koninklijke onderscheidingen 1903-1940(1949)

Leendert van der Graaff


Geboren: 7-7-1863 te Scherpenisse
Wonende: J.J.A. Goeverneurstraat 15, Frans Lebretlaan 14 (Dordrecht)
Functie: Off. Kon. Marechaussee
Onderscheiding: -
Uitreiking: -

Aanmerkingen:
- (Hillegersberg 21 Januari 1933) Hoogedelgestrenge heer, Naar aanleiding van Uw verzoek gegevens te mogen ontvangen in verband met een eventueel in te dienen voordracht voort een Kon. onderscheiding voor een onzer verdienstelijke mannen heb ik de eer U die hieronder te doen toekomen.
Leendert van der Graaff, wonende te Dordrecht J.J.A. Goeverneurstraat 15, geboren te Scherpenisse den 7 Juli 1863 (wordt dus 70 jaar)
* In dienst als mil. plaatsvervanger den 19 October 1891
* met groot verlof 19 october 1892
* 13 October 1893 geengageerd als Marechaussee voor 6 jaren
* Brigadier 28 April 1904
* Wachtmeester 2 Mei 1913, 3 Mei 1914 Opperwachtmeester
* Januari 1918 wegens lichaamsgebreken in en door den dienst afgekeurd
Begin 1919 te Papendrecht opgericht de Plaats. afd. van den B.V.L. na zijne verhuizing naar Dordrecht toegetreden als lid der Plaats. Commissie na vanaf de oprichting te Papendrecht voortdurend werkzaam te zijn geweest als Plaats. leider. Niettegenstaande zijn leeftijd is Van der Graaff nog altijd zeer actief werkzaam en niets is hem teveel wanneer het gaat om de behartiging der belangen der B.V.L. te Dordrecht. Hopende U Hoogedelgestrenge hiermede voldoende te hebben ingelicht blijf ik na beleefde groeten en de meeste hoogachting, Uw dw dn A. Groenendijk;
- (Dordrecht 1 Mei 1933) Ik moge U beleefd verzoeken, wel te willen bevorderen, dat aan na te nomen personen, ter gelegenheid van den verjaardag van H.M. de Koningin op 31 Augustus, een Koninklijke onderscheiding, naar hun stand en verdienste, zooals hieronder nader uiteengezet, worde toegekend.
(a) Leendert van der Graaff. Deze is 7 Juli 1863 geboren te Scherpenisse en woont alhier in de J.J.A. Goeverneurstraat No. 15. Als plaatsvervanger trad hij 19 October 1891 in militairen dienst, waaruit hij 19 October 1892 met groot verlof vertrok. 13 October 1893 werd hij voor den tijd van 6 jaren geëngageerd als marechaussee te voet; 31 Maart 1899 bevorderd tot brigadier titulair; 28 April 1904 tot brigadier; 2 Mei 1913 tot wachtmeester; 3 Mei 1914 tot  Opperwachtmeester. Wegens lichaamsgebreken, in en door den dienst ontstaan, werd hij met ingang van 1 Januari 1918 voor den dienst afgekeurd.
Na zijn pensioneering heeft hij veel werk belangeloos gedaan voor de organisatie van den Bijzonderen Vrijwilligen Landstorm. Begin 1919 richtte hij te Papendrecht daarvan een afdeeling op, waarvan hij de leider werd.
Sedert hij te Dordrecht woonachtig is, is hij steeds zeer actief werkzaam gebleven voor den B.V.L.
Ik vind in den uitstekenden staat vavn dienst van dezen verdienstelijken, eenvoudigen, man, alle aanleiding, hem voor te dragen voor het ontvangen van de zilveren eeremedaille, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau. 
(b) Pieter van Tuyl. Deze is 16 Januari 1878 te Sliedrecht geboren en woont alhier in de Bilderdijkstraat No 69. Hij trad op 5 November 1902 in dienst dezer Gemeente als agent van politie der tweede klasse. Op 16 Januari 1910 werd hij wegens zijn meer dan gewone schranderheid, netoonde activiteit en grooten ijver, alsmede wegens zijn steeds zeer correcte houding tegenover zijn supirieuren, bij keuze bevorderd tot hoofdagent van politie.
Den 1en Januari 1911, toen hij het Korps een afzonderlijke recherchedienst werd ingesteld, werd hij bevorderd tot hoofdagent-rechercheur van politie. Ook deze functie heeft hij met grooten ijver en veel tact bekleed. Vooral heeft hij ook goede leiding gegeven aan de onder hem dienende rechercheurs. Op 1 Januari 1919 werd hij bevorderd tot chef-adjudant-rechercheur.
Ik vind in zijn onverdroten ambitie in het politievak en toewijding voor den dienst alleszins reden, hem voor te dragen voor het ontvangen van de zilveren eeremedaille, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau. 
(c) Louis van Oost, geboren 14 September 1868 te Wissekerke, wonende alhier Martinus Steynstraat 34. Deze trad op 9 September 1887 in dienst bij het toenmalige korps pontonniers; 2 Augustus 1890 werd hij aangesteld tot sergeant; 31 Augustus 1898 tot sergeant-majoor administrateur. In dien rang werd hij 15 Januari 1904 gepensionneerd; hij ging toen over naar de reserve.
Op 1 Augustus 1914 werd hij als reserve sergeant-majoor administrateur onder de wapenen geroepen. 15 April 1915 werd hij bevorderd tot reserve adjudant onderofficier bij het toenmalige 30e bataillon Landweer Infanterie. In dien rang werd hem op 1 Augustus 1923 voor goed eervol ontslag uit den miltiairen dienst verleend. Na zijn pensioneering heeft hij verschillende burgerbetrekkingen met grooten lust en ijver vervuld. Zoo is hij thans nog werkzaam als: administrateur van de Afdeeling Dordrecht van den Nederlandschen Aannemersbond; id. van het bijkantoor Dordrecht van de Algemeene Bedrijfsvereeniging voor de Bouwbedrijven in Nederland en van de Aannemers Vereeniging Onderlinge Voorzorg. Van 1 Januari 1920 tot 1 Maart 1930 was hij ook administrateur van de Onderlinge Waarborg Maatschappij van den Nederlandschen Aannemersbond. Daarnevens vond hij tijd en nhad hij lust om in verschillende onbezoldigde functies de gemeenschap te dienen.
Zoo is hij medeoprichter en van den beginnen af penningmeester van de Dordtsche Buitenschool. Met groote toewijding en nauwgezetheid heeft hij steeds deze uitgebreide administratie gevoerd. Verder is 
* hij lid van den Armenraad; 
* lid van de Commissie tot bestrijding van den woeker; 
* voorzitter van de Commisie tot steun van Oud-Indische militairen; 
* bestuurslid van de afdeeling Dordrecht van den Bijzonderen Vrijwillige Landstorm; 
* lid van het Roomsch Katholiek Armbestuur; 
* regent van het Roomsch Katholiek Ziekenhuis; 
* secretaris-penningmeester van het centraal magazijn der Sint Vincentiusvereeniging; 
* secretaris der Roomsch Katholieke Kinderbescherming te Dordrecht
* secretaris van de voormalige afdeeling Dordrecht van het Nederlandsch Roomsch Katholieke Huisvestings Comité, thans afdeeling Dordrecht van de Vereeniging Katholieke Kinderuitzending in het Bisdom Haarlem.
Ter belooning voor de in laatstegenoemde funxtie bewezen diensten zijn hem geschonken de zilveren eeremedailles van het Oostenrijksche en Hongaarsche Roode Kruis.
De heer Van Oost meent, dat de tijd voor hem gekomen is, om zijn arbeid neer te leggen. Ik zou het een mooie bekroning vinden van het levenswerk van dezen stillen, volhardenden werker, die in allen eenvoud zeer veel belangeloos voor de gemeenschap heeft verricht, als hem de gouden eeremedaille, verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau werd toegekend. De Burgemeester van Dordrecht (get.) de Gaay Fortman.
- (Dordrecht 5 September 1933) ten vervolge op ons telefonisch onderhoud van dezer dagen moge ik U nog eens schriftelijk mijn mededeelingen en verzoek inzake Leendert van der Graaff herhalen. Zijn staat van dienst is deze [.....] Sedert hij te Dordrecht woonachtig is, is hij steeds zeer actief werkzaam gebleven voor den B.V.L. Ik vond hierin aanleiding, hem voor te dragen voor het ontvangen van de zilveren eeremedaille aan de Orde van Oranje Nassau, ter gelegenheid van den verjaardag van H.M. de Koningin. Tot mijn spijt komt Van der Graaff echter niet op de lijst der gedecoreerden voor. Nu weet ik, dat wel eens eerder op een landdag van den B.V.L. een verdienstelijk man een Koninklijke onderscheiding heeft ontvangen. Ik meen daarom te moeten trachten, dit ook te verwezenlijken voor Van der Graaff op 20 September a.s., ter gelegenheid van den landdag van het Verband Dordrecht.
Het wil mij voorkomen, dat, als de generaal Duymaer van Twist bereid wordt bevonden, daarvoor zijn invloed aan te wenden, kans van slagen niet is uitgesloten. Mocht het gelukken, dan wordt 20 September a.s. een heerlijke dag voor dezen plichtsgetrouwe oud-marechaussee die ook na zijn volbrachten, eervollen, diensttijd voor de belangen van Koningin en Nederland wil werken.
Indien U bij den generaal deze zaak wilt voordragen en bepleiten, ben ik U bij voorbaat zeer erkentelijk. Natuurlijk ben ik gaarne breid, indien gewenscht, haar ook verder te helpen bevorderen. Met de meeste hoogachting, de Gaay Fortman, voorzitter der Gewestelijke Landstorm.
- (Dordrecht 6 April 1935) Ten vorigen jare had ik de eer aan Uwe Excellentie voor een Koninklijke onderscheiding voor te dragen Leendert van der Graaff, geboren 7 Juli 1863. Deze onderscheiding werd toenmaals niet verleend. Aangezien ik voor dezen plichtsgetrouwen man, die nog ondanks zijn hoogen leeftijd in de werkzaamheden van de afdeeling van den Bijzonderen Vrijwilligen Landstorm levendig aandeel neemt, eene onderscheiding zoo in allen deele gerechtvaardigd acht, vraag ik het opnieuw de aandacht van Uwe Excellentie hierop te vestigen.
Van der Graaff, wonende Frans Lebretlaan 14 alhier, trad op 19 october 1891 als plaatsvervanger in dienst bij het 3de Regiment Infanterie en vertrok als zoodanig met groot verlof op 19 October 1892. Op 13 October 1893 werd hij voor den tijd van 6 jaren geengageerd als marechaussee te voet; 31 Maart 1899 werd hij bevorderd tot brigadier-titulair; 28 April 1904 tot brigadier; 2 Mei 1913 tot wachtmeester en 3 mei 1915 tot opperwachtmeester. Wegens lichaamsgebreken, in en door den dienst ontstaan, werd hij met ingang van 1 Januari 1918 voor den dienst afgekeurd.
Niet alleen als oud-onderofficier van de Koninklijke Marechaussee, met een onberispelijken staat van dienst, verdient van der Graaff naar mijne meening een onderscheiding, ook zijne bemoeiingen voor den Bijzonderen Vrijwilligen Landstorm na zijn pensionneering vormen daarvoor aanleiding. Zoo richtte hij begin 1919 toen hij te Papendrecht woonde, een afdeeling van den B.V.L. op. Sedert hij te Dordrecht woonachtig is, is hij actief in de Dordtsche afdeeling van dien Bond werkzaam. Het is uithoofde van het vorenstaande, dat ik Uwe Excellentie beleefd verzoek te willen bevorderen, dat aan Leendert van der Graaff voornoemd ter gelegenheid van den verjaardag van H.M. de Koningin oip 31 Augustus a.s. een Koninklijke onderscheiding, bestaande in de zilveren eeremedaille, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau, worde toegekend. De Burgemeester van Dordrecht.
- ('s-Gravenhage 11 April 1935) Naar aanleiding van Uw schrijven van 6 dezer, heb ik de eer U te berichten, dat de gepensionneerd Opperwachtmeester der Koninklijke Marechaussee L. van der Graaff in 1934 voorkwam op de lijst van candidaten voor toekenning van eene Koninklijke onderscheiding, maar dat hij plaats heeft moeten maken voor andere candidaten, die daarvoor eerder in aanmerking kwamen.
Na ingewonnen advies van den Inspecteur der Koninklijke Marechaussee heb ik belanghebbende op de lijst gepalatst van perosnen, die ter gelegenheid van den aanstaanden verjaardag van H.M. de Koningin in aanmerking kunnen komen voor toekenning van eene decoratie.
Uit het bovenstaande moge U blijken, dat Uw voorstel ook dit jaar in ernstige beschouwing zal worden genomen. De Minister vna Defensie.


(bron: Erfgoedcentrum DiEP/Stadsarchief Dordrecht 8A1945-3142 en 3143 (over 1930-1940))

Laatst gewijzigd: oktober/november 2009, maart 2020.