Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: Koninklijke onderscheidingen Dordtenaren 1903-1940(1946-1949/1953/1960/1971)


Bron: Regionaal Archief Dordrecht (was Erfgoedcentrum DiEP)
Toegang: 8A1945 en 8A1960
Inventarisnummers:
8A1945-3132 (over 1903-1919); 8A1945-3133/3134/3135 (a t/m z); 8A1945-3136 (a t/m z); 8A1945-3142 + 3143 + 3144 + 3145 (over 1930-1940);
8A1960-2285 (over 1946); 8A1960-2286 (over 1947); 8A1960-2287 (over 1948); 8A1960-2288 (over 1949); 8A1960-2292 (over 1953); 8A1960-2306 (over 1960 A-L); 8A1960-2307 (over 1960 K-R); 8A1960-2308 (over 1960 S-Z); 8A1980-2708 (over 1971 A-F); 8A1980-2709 (over 1971 G-K); 8A1980-2710 (over 1971 L-R) 8A1980-2711 (over 1971 S-Z);
;

(transcriptie E. van Dooremalen)(scans verkrijgbaar)


Koninklijke onderscheidingen 1903-1940(1949)

Johan Hendrik Grottendieck


Geboren: 16-8-1868 te Alkmaar
Wonende: Singel 338 (Dordrecht)
Functie: predikant en secretaris Evang. Luth. Kerk
Onderscheiding: Officier in de Orde van Oranje-Nassau (K.B. 27-12-1935)
Uitreiking: -

Aanmerkingen:
- (Dordrecht 28 April 1934) Onder terugzending van het schrijven van Z.E. den Minister van Justitie met bijlage, mij in handen gesteld bij Uwe apostille d.d. 23 dezer, No. 1155 Kabinet, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgende mede te deelen:
De Heer Johan Hendrik Grottendieck, geboren te Alkmaar, 16 Augustus 1868, wonende alhier aan den Singel 338, werd, volgens verkregen inlichting, den 23 Juni 1898, komende van Maastricht, in het Bevolkingsregister dezer gemeente ingeschreven. Hij is sedert dien als predikant bij de Evang. Lutherse gemeente alhier werkzaam. In de maand December van het vorig jaar werd door gemelde Kerkelijke gemeente in het bijzonder het feit herdacht, dat de Heer Grottendieck gedurende 35 jaar hier ter stede het predikambt vervulde.
De heer Grottendieck staat als mensch en predikant ook buiten zijjn kring hoog aangeschreven en geniet de algemeene achting. Uit betrouwbare bron is venromen, dat de Evang. Luthersche gemeente alhier het op hoogen prijs zal stellen, wanneer haar predikant eene Koninklijke onderscheiding mocht te beurt vallen, waarmede ook de betrokkene zeer ingenomen zou zijn. Waar dezerzijds geen enkele omstandigheid is bekend geworden, welke een aan den Heer Grottendieck te verleenen Koninklijke onderscheiding in den weg zou staan, meen ik te mogen adviseeren te willen bevorderen, dat hij daarvoor in aanmerking moge komen. De Commissaris van Politie.
- (Dordrecht 3 Mei 1934) Met terugzending van de bij bovenaangehaalden kantbrief overgelegde bijlage, heb ik de eer, U het volgende te berichten.
Johan Hendrik Grottendieck, wonende alhier Singel nr 338, is 16 Augustus 1868 te Alkmaar geboren. Hij deed op 10 December 1893 zijn intrede als predikant bij de Evangelisch Luthersche gemeente te Zierikzee, op 26 April 1896 bij de gemeente van dit kerknootschap te Maastricht en op 26 Juni 1898 bij die te Dordrecht.
Onder groote belangstelling van de zijde zijner Gemeente is op 10 December 1933 alhier zijjn 40 jarig predikantschap gevierd. Daarbij is op overtuigende wijze gebleken, dat bij niet alleen in zijn Gemeente, maar ook in zijn Kerkgenootschap en daarbuiten een vooraanstaande plaats inneemt en een zeer geziene persoonlijkheid is.
Dat zijn werkzaamheden zich niet alleen hebben bepaald tot het predikantschap in engeren zin, bewijzen de vele gewichtige functies, in welke hij sedert tal van jaren belangrijken arbeid van kerkelijken aard heeft verricht. Zoo was hij sedert 23 mei 1910 lid der Evangelisch Luthersche Synode. In 1914 en van 1919-1923 was hij vice-voorzitter dier Synode; sedert 4 Juni 1917 lid der Synodale commissie; sedert 28 mei 1923 secretaris der Synode en der Synodale Commissie. Sedert 6 October 1923 was hij lid der Commissie tot de Zaken van de Protestantsche Kerken in Nederlandsch Oost- en West-Indie en sedert 17 November 1931 vice president dier Commissie.
Ds Grottendieck, die de vrijzinnig godsdienstige beginselen is toegedaan, is in Dordrecht niet alleen in zijn kerkelijken kring gezien, doch wordt ook daarbuiten algemeen geacht. Hij treedt niet gaarne op den voorgrond, maar is een stille werker, die een hooge opvatting van zijn taak heeft, welke hij uiterst stipt verricht.
Ik zou het tenzeerste op prijs stellen, als het vele, werk dat hij voor zijn Gemeente en Kerkgenootschap heeft gedaan, werd erkend door een Koninklijke onderscheiding in den vorm van het Ridderkruis der Oranje-Nassau. De Burgemeester van Dordrecht (get.) de Gaay Fortman.
- ('s-Gravenhage 27 december 1934) Wij Wilhelmina, bij de gratie Gods Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau enz enz enz
Op de voordracht van Onzen Minister van Justitie van den 15 December 1934 afdeeling A.S., No 7137 Geheim hebben goedgevonden en verstaan:
A enz
B te benoemen tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau:
1 enz
2. J.H. Grottendieck, Predikant te Dordrecht, secretaris van de Synode van de Evangelisch Luthersche Kerk
3. enz
Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
(get) Wilhelmina 


(bron: Erfgoedcentrum DiEP/Stadsarchief Dordrecht 8A1945-3142 en 3143 (over 1930-1940))

Laatst gewijzigd: oktober/november 2009, maart 2020.