Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: Koninklijke onderscheidingen Dordtenaren 1903-1940(1946-1949/1953/1960/1971)


Bron: Regionaal Archief Dordrecht (was Erfgoedcentrum DiEP)
Toegang: 8A1945 en 8A1960
Inventarisnummers:
8A1945-3132 (over 1903-1919); 8A1945-3133/3134/3135 (a t/m z); 8A1945-3136 (a t/m z); 8A1945-3142 + 3143 + 3144 + 3145 (over 1930-1940);
8A1960-2285 (over 1946); 8A1960-2286 (over 1947); 8A1960-2287 (over 1948); 8A1960-2288 (over 1949); 8A1960-2292 (over 1953); 8A1960-2306 (over 1960 A-L); 8A1960-2307 (over 1960 K-R); 8A1960-2308 (over 1960 S-Z); 8A1980-2708 (over 1971 A-F); 8A1980-2709 (over 1971 G-K); 8A1980-2710 (over 1971 L-R) 8A1980-2711 (over 1971 S-Z);
;

(transcriptie E. van Dooremalen)(scans verkrijgbaar)


Koninklijke onderscheidingen 1903-1940(1949)

Roland Larij


Geboren: 22-12-1855 te Dordrecht
Wonende: St. Jorisweg 3 (Dordrecht)
Functie: kunstschilder
Onderscheiding: -
Uitreiking: -

Aanmerkingen:
- missive dd 24 maart 1926, no 770 Kabinet;
- (Teekengenootschap Pictura, Voorstraat 152) Roland Lartij, Geboren 22 Dec: 1855 te Dordrecht. Zou aanvankelijk medicijnen studderen, maar zijn slechte gezondheid maakte geregelde studie onmogelijk. Daardoor kon hij aan zijn voorliefde voor de Beeldende Kunst toegeven. Studeerde aan de Antwerpsche Academie onder Harlat(?). Hij werkte veel in Brabant, interieur, koeien, landschap en figuur. Ook in Katwijk.
Hij heeft meerdere portretten geschilderd. Hij behoort tot de Haagsche school (impressionisme). Werken van L. in 't Dordr. Museum en in het Museum van Bilderbeek. Zijn te groote bescheidenheid, is oorzaak dat men buiten Dordt maar sporadisch moet, wat Lary als schilder waard is.
Jan Veth achtte Lary zeer evenals Willy Sluiter dit nog doet. Lary was tal van jaren lid van het bestuur van Dordr. Museum en vele malen had hij zitting in het bestuur van Pictura (het Teekengenootschap Pictura). In Dec 1915 is door eene eere-tentoonstelling in het Teekengen. Pictura Lary's 60en verjaardag en 40jarig lidmaatschap herdacht, bijwelke gelegenheid Prof Dr. Jan Veth, Lary  namens Pictura en oud vrienden en collega's op kernachtige en hartelijke wijze heeft toegesproken. Lary's 70ste verjaardag en 50-jarig lidmaatschap is op zijn verzoek slechts door een eere-groep op de Tentoonstelling van werken der leden van Pictura herdacht. L. is de nestor der tegenwoordige Dordtsche schilders.
- (24 maart 1926) Naar aanleiding van Uw schrijven van 2 Maart 1926 no 11 heb ik de eer UHoogEdelGestr. de volgende personen voor te dragen, die m.i. in aanmerking komen voor de toekenning van eene koninklijke onderscheiding.
(1) Roland Larij, geb. 22 dec 1855 te Dordrecht, wonende aldaar St. Jorisweg no. 3. De heer Lary is een zeer verdienstelijk schilder uit de Haagsche School, die uitnemend werk heeft voortgebracht, waarvan meerdere stukken in het Dordrechtsche Museum en in het Museum van Bilderbeek zijn opgenomen. Vooral als schilder van het Brabantsch interieur en landschap heeft hij zich een goeden naam verworven. Daarnaast heeft hij verscheidene portretten geschilderd. De Heer Lary is bij z'n kunstbroeders, niet alleen om zijn beminnelijk karakter, maar ok wegens zijne groote gaven zeer gezien o.a. wijlen Prof Jan Veth waardeerde hem zeer. Zowel z'n 60ste verjaardag, als nu onlangs in December j.l. z'n 70ste vejraardag en 50-jarig lidmaatschap van het Teekengenootschap Pictura alhier zijn door eene eere-tentoonstelling van z'n werken feestelijk herdacht.
Ik meen dat waar dit laatste zeldzame feest kortgeleden heeft plaats gehad, er alle reden is de verdienste van den heer Lary te erkennen, door de toekenning van een ridderkruis der Oranje-Nassauorde, eene onderscheiding die niet alleen hijzelf, maar ook zijne vrienden zeer zullen waardeeren. 
(2) Als tweede zou ik willen noemen Dr. Frans Delhez geb. 26 Maart 1855, rustend dokter te Dordrecht, wonende Singel 289. Dat ik deze in de tweede plaats noem, is niet, omdat ij hem eerst na No. 1 in aanmerking zou willen brengen, maar uitsluitend omdat de heer Lary kortgeleden z'n jubileum vierde en dr Delhez dat reeds in Maart 1925 vierde, toen hij ter gelegenheid van z'n 70sten verjaardag practijk neerlegde.
 Bij mijn schrijven van 11 Maart 1925 no 701 Kabinet a/d Min. v. Binnenlandsche Zaken, dat ik U in afschrift mocht aanbieden, heb ik eene onderscheiding voor Dr. Delhez gevraagd, echter toenmaals zonder resultaat. Waar het hier geldt een onzer uitstekende burgers zij het mij vergunt hem nog eens onder de aandacht te brengen met dezelfde woorden als verleden jaar. Ik schreef toen: Dr. Delhez is een in alle kringen geachte persoonlijkheid - geen ..der(?) - hij stamt uit eene Dordtsche familie, die nu reeds in drie geslachten de geneeskundige praktijk alhier uitoefent. Op 1 april 1925 zal hij na 45-jarige werkzaamheid zijn praktijk neerleggen. Bijzonder verdienstelijk heeft Dr Delhez zich gemaakt op het gebied der drankbestrijding, op welk gebied hij hier de pionier was en nog .....etc.....maar ik ben overtuigd, dat eene erkenning van zijne verdiensten van Hoogerhand in dien vorm een groote voldoening voor hem zou zijn.
(3) Als "dritten im Bunde" zou ik de aandacht willen vestigen op den Heer Adriaan Schotel alhier geb. 5 Augustus 1858 wonende Wijnstraat 92, patroom-eigenaar in een zeer goed bekend staande schilders- en decorateurszaak. Hem mocht ik reeds bij mijn schrijven van 24 Dec 1925 No. 750 aanbevelen voor eene eventueele onderscheiding bij het 25-jarig huwelijk onzer Koningin. Toen bij die gelegenheid geen decoraties verleend werden, zij het mij veroorloofd hieronder te herhalen, wat ik toenmaals over hem schreef. "De Heer Schotel heeft zijn geheele leven blijkgegeven van groote liefde voor het Oranjehuis. Reeds vanad 1900 heeft hij als bestuurslid der Oranjevereeniging een werkzaam aandeel genomen in de plaatselijke feesten en telkenjare was hij met de voorbereiding en de leiding van het groote kinderfeest op 31 Augustus belast. Sinds 1920 treedt hij op als vice-voorzitter dier vereeniging. Het is zijn voortdurend streven bij de jeugd liefde voor vorstenhuis en Koningin te wekken en voor dat doel is geen arbeid hem te veel en werkt hij nog steeds met jeugdig vuur.
plaatse en de liefde voor het oude stadsschoon en voor de merkwaardigheden van zijn geboortestad uit vorige eeuwen zit hem diep in 't bloed. Indertijd stelde hij met den vorigen stadsarchivaris Dr. van Overvoorde een boekje samen, waarin alle oude gebouwen uit onze stad zijn beschreven en dat voor de kenners en het behoud der architectuur uit vroegeren tijd van groote waarde is gebleken.
De heer Schotel is ook bestuurslid van het museum Oud-Dordrecht (mr Simon van Gijn) en van de vereeniging tot instandhouding van oude gebouwen. Voorts is hij lid van de archaeologische commissie van Zuid-Holand en van die voor de restauratie van de Groote Kerk. Toen eenigen tijd geleden de beroemde koorbanken in die kerk hersteld moesten worden, om ze van ondergang te redden, spande hij zich bijzonder in, om de noodige gelden voor dat doel bijeen te brengen. Zijn z'n groote genegenheid voor Ons Vorstenhuis en z'n piëtiet voor de herinneringen van het belangwekkend verleden van Dordrecht zijn meest op den voorgrond tredende sociale eigenschappen, daarnaast bewoog hij zich nog in ruimen kring op maatschappelijk terrein. Zoo is hij jarenlang werkzaam als
1. secretaris der vereeniging De Dordrechtsche Ambachschool
2. bestuurslid der vereeniging Voor Vak en Kunst
3. voorzitter van de Hulpbank
4. Hoofdbestuurslid der Schilderspatroonsvereeniging
5. bestuurslid  der nationale vakschool voor schilders te Utrecht
6. penningmeester der commissie tot steun aan onbemiddelen tot het ontvangen van onderwijs te Dordrecht
7. bestuurslid der huisvlijtschool
Uit het voorgaande moge blijken, dat de Heer Schotel een onzer meest vooraanstaande, meest geachte burgers is en ik ben overtuigd, dat het algemeen voldoening zou wekken, als hij ter gelegenheid van het zilveren bruiloftsfeest onzer Koningin een blijk van Hare Majesteits waardeering zou ontvangen..."
(3) Ten slotte wilde ik in deze voordracht begrijpen Jacob Schaardenburg, barbier geboren den 12 Maart 1852 te Dordrecht, aldaar woonachtig aan de Vleeschhouwersstraat No. 10.

(bron: Erfgoedcentrum DiEP/Stadsarchief Dordrecht 8A1945-3133/3134 (over 1920-1930))

Laatst gewijzigd: oktober/november 2009, maart 2020.