Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: Koninklijke onderscheidingen Dordtenaren 1903-1940(1946-1949/1953/1960/1971)


Bron: Regionaal Archief Dordrecht (was Erfgoedcentrum DiEP)
Toegang: 8A1945 en 8A1960
Inventarisnummers:
8A1945-3132 (over 1903-1919); 8A1945-3133/3134/3135 (a t/m z); 8A1945-3136 (a t/m z); 8A1945-3142 + 3143 + 3144 + 3145 (over 1930-1940);
8A1960-2285 (over 1946); 8A1960-2286 (over 1947); 8A1960-2287 (over 1948); 8A1960-2288 (over 1949); 8A1960-2292 (over 1953); 8A1960-2306 (over 1960 A-L); 8A1960-2307 (over 1960 K-R); 8A1960-2308 (over 1960 S-Z); 8A1980-2708 (over 1971 A-F); 8A1980-2709 (over 1971 G-K); 8A1980-2710 (over 1971 L-R) 8A1980-2711 (over 1971 S-Z);
;

(transcriptie E. van Dooremalen)(scans verkrijgbaar)


Koninklijke onderscheidingen 1903-1940(1949)

Willem Hermanus Lieve


Geboren: 20-6-1892 te Echt (overl. 17-12-1956, begr. Dordrecht veld N45 nr. 61)
Wonende: Willemstraat 15 (Dordrecht)
Functie: ambtenaar Secretarie/secretaris Nederlandse Dambond
Onderscheiding: -
Uitreiking: (zie 1955)

Aanmerkingen:
- (Nederlandsche Dambond, Valkenierslaan 227, voorzitter J.H. Willems; Breda 20 Mei 1948) De 1e secretaris van de Nederlandsche Dambond de heer W.N. Lieve, te Dordrecht, Willemstraat 15, herdenkt op 5 Aug. a.s. de dag, waarop hij 25 jaar geleden benoemd werd tot 1e secretaris van genoemde Bond. Het ligt in mijn bedoeling de heer Lieve ter gelegenheid van zijn zilveren jubileum in een speciaal te Dordrecht te houden bijeenkomst te huldigen. met de voorbereidingen daartoe ben ik dezer dagen begonnen.
Gedurende de afgelopen 25 jaar is de heer Lieve voor de Bond werkzaam geweest en mede door zijn acitiviteit, als gevolg van zijn grote voor Bond en spel is het aantal leden uitgegroeid van plm. 400 tot 10.000. Door deze grote uitbreiding zijn de werkzaamheden van de Bondssecretaris zienderogen toegenomen en ik kan wel zeggen dat er geen dag voorbijgaat of hij is voor de Bond werkzaam, nog afgezien van de vele vrije Zondagen en vacantiedagen, welke hij aan deze in ons land vrij algemeen bekende en beoefende sport, opoffert. En dit alles zonder daarvoor enige vergoeding te ontvangen.
Toen wij in de voorbije zomer in Parijs waren, ter gelegenheid van de oprichting van de Internationale Dambond, was men in de kringen der Franse damorganisaties vol lof over de wijze, waarop in ons land de beoefenaars van het Damspel tot een grote, hechte en nationale organisatie waren samengebundeld.
De heer Lieve werd toen benoemd tot penningmeester van de Internationale Dambond en ondergetekende als voorzitter. Het zal waarschijnlijk geheel overbodig zijn U de goede karakter-eigenschappen op te sommen, welke het damspel (beoefend in georganiseerd sportverband) kweekt. Alleen wil ik hier aanhalen, hetgeen Uw collega, Burgemeester A. van Delft, uit Heusden, nog pas enkele weken geleden, in een feestgids uitgegeven ter gelegenheid van een Internatinal Damtournooi, aldaar, als inleidend woord, schreef, over de Damsport:
"Het is een verblijdend teken, dat de damsport meer en meer in onze stad gaat beoefend worden, want dit bewijst, dat er behoefte worden, geest in te spannen en te scherpen, ofschoon deze sport evenals het schaken toch zeker wel tot ontspanning dienst. Dammen is altijd een sport voor denkers geweest. Was het niet de grote inspanning voor een onzer grootste staatslieden en veldheren, Prins Maurits. Dat ook onder onze jongeren de liefhebberij voor de damsport groeit, blijkt wel uit het feit, dat nog steeds stemmen opgaan om het dammen als facultatief vak op te nemen in de lesrooster van de hoogste klassen van de lagere school."
Doel van dit schrijven is, Uw welwillende bemiddeling in te roepen, teneinde de heer Lieve in aanmerking te doen komen en voor te dragen voor een Koninklijke onderscheiding. Bij de beoordeling van mijn verzoek zal zeker de vraag "Hoe was de houding van Lieve tijdens de bezettingsjaren" van groot belang zijn. Het antwoord kan ik U schuldig blijven, daar de heer Lieve langer dan 25 jaar in dienst is van rijk en gemeente en thans in dienst der gemeente Dordrecht werkzaam is, als ambtenaar op het Bureau Bevolking. De Nederlandse Dambond heeft direct na de bevrijding alle leden, die tijdens de bezetting in dienst traden bij de vijand als landwachter, S.S.-er, organisatie Todt enz uit de Bond verwijderd. De z.g. "lichte gevallen" zijn na onderzoek, weer tot de organisatie toegelaten. Gaarne ben ik bereid U mijn verzoek persoonlijk uitvoerig te komen toelichten. U bij voorbaat hartelijk dank zeggend, voor Uwe welwillende bemiddeling, verblijf ik gaarne in afwachting van Uwe geeerde berichten. Hoogachtend.
- (Dordrecht 1 Juni 1948; Commissariaat van Politie) Onder terugzending van het schrijven van J.H. WILLEMS, Voorzitter van de Nederlandse Dambond, wonende te Breda, mij in handen gesteld om advies, heb ik de eer UEdelachtbare het volgende te berichten:
Bij informatie ter Griffie der Arrondissements-Rechtbank te Roermond is gebleken, dat Willem Hermanis LIEVE, geboren te Echt 20.6.1892, van beroep gemeente-ambtenaar, wonende te Dordrecht, Willemstraat 15, geen strafvonnissen te zijnen laste heeft, terwijl in politiek opzicht in de kartotheek der P.R.A. niets bezwarends is gebleken. Betreffende zijn maatschappelijk gedrag is bij mijn administratie eveneens niets nadeligs bekend.
Betrokkene werd op 30.8.1920 in het bevolkingsregister dezer gemeente ingeschreven, komende van Ossendrecht. Wat het ingediende verzoek betreft tot het toekennen van een Koninklijke onderscheiding ter gelegenheid van het feit, dat voornoemde persoon op 5 Augustus a.s. het feit hoopt te herdenken, dat hij 25 jaren geleden werd benoemd tot 1e secretaris van de Nederlandse Dambond, moge ik het volgende opmerken:
Erkend dient te worden, dat de heer LIEVE ten opzichte van vorenvermelde vereniging zeer zeker grote verdiensten heeft en het mede aan zijn ijver is te danken dat het ledental in de loop der jaren is gestegen van 400 tot 10.000.
Erkend dient ook, dat de damsport als een beschaafde ontspanningssport mag worden aangemerkt en een zekere populariteit in ons land geniet. Begrijpelijk is eveneens, dat het Bestuur het jubileum aangrijpt als een gelegenheid om de secretaris te huldigen voor aan de vereniging bewezen diensten, doch of een dergelijk jubileum van een bestuurslid ener damvereniging aanleiding kan of moet zijn om der Regering te adviseren tot toekenning van een Koninklijke onderscheiding meen ik te moeten betwijfelen.
Door de beoefening van de damsport wordt naar mijn mening niet een zodanig algemeen belang gediend, dat een 25-jarig jubileum van de secretaris voor de Regering aanleiding zou dienen te zijn om dit feit te belonen met een Koninklijke onderscheiding. De erkentelijkheid dient m.i. in dit geval uitsluitend tot uitdrukking te worden gebracht door de leden der vereniging, te meer daar in dit geval de Secretaris zijn werkzaamheden steeds pro-deo heeft verricht. Mocht U echter van gevoelen zijn, dat daartoe wel gerede aanleiding bestaat, dan zou m.i. kunnen worden volstaan met een medaille, de graad van Ridder zou naar mijn mening niet in verhouding staan van de waarde, welke naar mijn gevoelen aan die onderscheiding dient te worden gehecht tot het door betrokkene gepresteerde, een en ander gezien in het kader van het algemeen belang, zonder afbreuk te willen doen aan het vele werk, door de persoon in quaestie verricht. De Commissaris van Politie.
- (Dordrecht 4 Junii 1948; aan de heer J.H. Willems voorzitter Nederlandse Dambond te Breda) De inhoud van Uw bovenaangehaald schrijven heb ik rijpelijk overwogen. Enerzijds dient erkend te worden, dat de heer Lieve ten opzichte van de Nederlandse Dambond grote verdiensten heeft en dat het mede aan zijn ijver is te danken, dat het ledental in de loop der jaren is gestegen van 400 tot 10.000. Toegegeven moet worden, dat de damsport als een populaire ontspanningsport mag worden aangemerkt.
Dat Uw Bestuur het feit, dat de heer Lieve 25 jaar het secretariaat van de Bond heeft vervuld, aangrijpt, om hem te huldigen, kan ik mij indenken. Toch heb ik ten slotte gemeend inwilliging van Uw verzoek niet te kunnen bevorderen. Naar mijn mening wordt door de beoefening van de damsport niet een zodanig algemeen belang gediend, dat genoemd jubileum voor de Regering aanleiding zou kunnen vormen, om de heer Lieve een Koninklijke Onderscheiding waardig te keuren. Hoe verdienstelijk het werk van de jubilaris voor de vereniging ook moge zijn, - in de dank der leden dier vereniging zal die verdiensten zeer sterk tot uitdrukking kunnen komen -, ik acht die arbeid niet van zodanige uitzonderlijke betekenis, als in de regel wordt gevorderd voor de toekenning van een onderscheiding, als U voor ogen staat. De Burgemeester van Dordrecht (get.) Bleeker.


(bron: Erfgoedcentrum DiEP/Stadsarchief Dordrecht 8A1960-2287 (over 1948))
(bron: Erfgoedcentrum DiEP/Stadsarchief Dordrecht 8A1960-2288 (over 1949))

Laatst gewijzigd: oktober/november 2009, maart 2020.