Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: Koninklijke onderscheidingen Dordtenaren 1903-1940(1946-1949/1953/1960/1971)


Bron: Regionaal Archief Dordrecht (was Erfgoedcentrum DiEP)
Toegang: 8A1945 en 8A1960
Inventarisnummers:
8A1945-3132 (over 1903-1919); 8A1945-3133/3134/3135 (a t/m z); 8A1945-3136 (a t/m z); 8A1945-3142 + 3143 + 3144 + 3145 (over 1930-1940);
8A1960-2285 (over 1946); 8A1960-2286 (over 1947); 8A1960-2287 (over 1948); 8A1960-2288 (over 1949); 8A1960-2292 (over 1953); 8A1960-2306 (over 1960 A-L); 8A1960-2307 (over 1960 K-R); 8A1960-2308 (over 1960 S-Z); 8A1980-2708 (over 1971 A-F); 8A1980-2709 (over 1971 G-K); 8A1980-2710 (over 1971 L-R) 8A1980-2711 (over 1971 S-Z);
;

(transcriptie E. van Dooremalen)(scans verkrijgbaar)


Koninklijke onderscheidingen 1903-1940(1949)

ir. Andrew Frederick Meijer


Geboren: 30-9-1886 te Amsterdam
Wonende: Bleijenhoek 1 (Dordrecht)
Functie: directeur Gasfabriek en Hoogdrukwaterleiding
Onderscheiding: -
Uitreiking: (zie 1951)

Aanmerkingen:
- Andrew Frederick Meijer, geb. 30 Sept. 1886 te Amsterdam. M.i.x. 16 Sept. 1921 benoemd tot Directeur der Gasfabriek en Hoogdrukwaterleiding.
Gasfabriek in 1921: 3.897.980 M3
Gasfabriek in 1947: 10.865.870 M3
1922: Modernisering der oveninstallatie. Kosten ca f 284000;
1926: Uitbreiding der ovencapaciteit. Kosten ca f 175.500;
1929-1931: Gaslevering aan de Gem. Papendrecht. Kosten van aanleg ca f 152,000;
1934: Gaslevering aan de Gem. Dubbeldam. Kosten aanleg ca f 38.000;
1938-1944: Modernisering der kamerovens waardoor het vermogen der fabriek met 10% werd verhoogd. Kosten ca f 100.000;
1939-1946: Aanleg van een grondwaterleiding. Kosten van aanleg ca f 1.300.000;
- (Dordrecht 11 December 1948) Rekening houdende met de in Uw bovenaangehaalde schrijven gegeven wenk heb ik de eer bij U Hoogedelgestrenge aanhangig te maken een hieronder nader toegelicht voorstel ter verkrijging van een Koninklijke Onderscheiding voor een der Dordrechtse Hoofden van Dienst.
Deze aanvrage betreft de heer Ir. Andrew Frederick Meyer, geboren 30 September 1886, te Amsterdam, en wonende te Dordrecht, Bleijenhoek 1. De heer Meyer trad op 1 mart 1915 op als adjunct-directeur van de Gasfabriek en Hoogdrukwaterleiding alhier. Daarvoor was hij adjunct-directeur der licht- en waterbedrijven te Vlaardingen. met ingang van 1 Januari 1917 werd hij onderdirecteur en vanaf 16  September 1921 werd hij Directeur van de twee genoemde bedrijven. Hij vervult zijn huidige functie dus reeds meer dan 27 jaar.
Het gemeenteebstuur is over de wijze waarop de heer Meyer de bedrijven leidt, buitengewoon tevreden. Hij doet dit op zeer deskundige, technisch volkomen verantwoorde wijze; de leiding over het personeel voert hij met strakke hand; de belangen van de bedrijven liggen hem zeer na aan het hart.
Aan de moeilijkheden, welke de bedrijven in de loop der jaren hebben ondervonden, heeft hij op energieke wijze het hoofd weten te bieden. Ook monumenteel maakt het Gasbedrijf een moeilijke periode door wegens toeneming van het debiet en beperkte capaciteit; de heer Meyer laat geen middel onbeproefd om uit deze bijna onoplosbare moeilijkheid een uitweg te vinden.
Vermeld moge worden, dat het gasverbruikt in 1921: 3.897.980 M3 bedroeg en in 1947: 10.865.870 M3. Zijn adviezen munten uit door zakelijkheid en degelijkheid. Verschillende grote werken zijn onder zijn leiding uitgevoerd:
zo in 1922 de modernisering der oveninstallatie (kosten ca f 284.000);
zo in 1926 de uitbreiding der ovencapaciteit (kosten ca f 175.500);
zo van 1929-1931 de gaslevering aan de gemeente Papendrecht (kosten van aanleg ca f 152,000);
zo in 1934 de gaslevering aan de gemeente Dubbeldam (kosten aanleg ca f 38.000);
zo van 1938-1944 de modernisering der kamerovens, waardoor het vermogen der fabriek met 10% werd verhoogd (kosten ca f 100.000);
voorheen betrok het waterleidingbedrijf het water uit de rivier; op initiatief van de heer Meyer en onder zijn leiding werd in de jaren 1939-1946 een grondwaterwinning tot stand gebracht (kosten van aanleg ca f 1.300.000).
Het zal U Hoogedelgestrenge dudielijk zijn, dat al deze werken, welke tot genoegen van het gemeentebestuur zijn uitgevoerd, aan de kunde en bekwaamheid van de heer Meyer hoge eisen hebben gesteld. De heer Meyer is onder zijn collega's een zeer gewaardeerde figuur. Zo is hij Voorzitter van de Vereniging van waterleidingbelangen. Deze vereniging hield deze zomer haar congres te Dordrecht en bij die gelegenheid deed de heer Meyer aan de congresleden toekomen een zeer doorwrocht artikel over de grondwatervoorizening te Dordrecht.
De heer Meyer belijdt de Nederduits Hervormde Godsdienst. Zijn gedrag tijdens de bezettingsjaren liet niets te wensen over en op zijn maatschappelijk gedrag valt niet het minste aan te merken. Ik ben van mening, dat de verdiensten van de heer Meyer ten opzichte van de publieke zaak volkomen wettigen dat zij openlijk door H.M. de Koningin en Harer Majesteits Regering worden erkend.
Met volle overtuiging verzoek ik dan ook aan U Hoogedelgestrenge, het verlenen van een Koninklijke Onderscheiding aan de heer Meyer te willen bevorderen, welke onderscheiding naar zijn mening op grond van de aard der diensten van de heer Meyer en op grond van zijn maatschappelijk positie zou dienen te bestaan in het Officierskruis der Oranje Nassau orde. De Burgemeester van Dordrecht (get.) Bleeker.
- (Dordrecht 24 December 1948) Bij mijn brieven van 11 December j.l. nrs. 1950 en 1957 kabinet had ik de eer aan U Hoogedelgestrenge voor het ontvangen van een Koninklijke Onderscheiding voor te dragen de heren Ir. H. Versteeg, Directeur van Gemeentewerken, en Ir. A.F. Meyer, Directeur der Gasfabriek en Hogdrukwaterleiding, beiden alhier. Naar aanleiding van het daaromtrent met een der hoofdambtenaren van Uw Afdeling Kabinet telephonisch gevoerde onderhoud, heb ik de eer U mede te delen, dat het wel zeer moeilijk is een dezer voordrachten terug te nemen, omdat beide Directeuren zeer grote verdiensten hebben voor de stad. Ik lichtte U daarover omstandig in.
Wanneer U Hoogedelgestrenge de mening mocht zijn toegedaan, dat ik met het doen dezer voordrachten, welke toevallig tegelijkertijd in zee gingen, onbescheiden ben geweest en min of meer heb overvraagd, dat zou ik willen wijzen op het feit, dat ik gedurende lange jaren buitengewoon karig ben geweest in het voordragen van Dordtse ingezetenen voor een Koninklijke Onderscheiding, waaraan het dan ook nu valt toe te schrijven, dat een achterstand valt in te ahelen.
Mocht U Hoogedelgestrenge echter van oordeel zijn, dat vasthouden aan de voordracht van beide Directeuren het gevaar met zich zou brengen, dat geen der beide voorgedragenen in aanmerking zou komen, dan meen ik, dat ik dat de verdiensten van de heer Versteeg hem in de eerste plaats in aanmerking behoren te doen komen, al heeft de heer Meyer, oudere rechten, wat zijn leeftijd en de tijd, als Directeur in gemeentedienst doorgebracht, betreft. De Burgemeester van Dordrecht (get.) Bleeker.


(bron: Erfgoedcentrum DiEP/Stadsarchief Dordrecht 8A1960-2287 (over 1948))

Laatst gewijzigd: oktober/november 2009, maart 2020.