Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: Koninklijke onderscheidingen Dordtenaren 1903-1940(1946-1949/1953/1960/1971)


Bron: Regionaal Archief Dordrecht (was Erfgoedcentrum DiEP)
Toegang: 8A1945 en 8A1960
Inventarisnummers:
8A1945-3132 (over 1903-1919); 8A1945-3133/3134/3135 (a t/m z); 8A1945-3136 (a t/m z); 8A1945-3142 + 3143 + 3144 + 3145 (over 1930-1940);
8A1960-2285 (over 1946); 8A1960-2286 (over 1947); 8A1960-2287 (over 1948); 8A1960-2288 (over 1949); 8A1960-2292 (over 1953); 8A1960-2306 (over 1960 A-L); 8A1960-2307 (over 1960 K-R); 8A1960-2308 (over 1960 S-Z); 8A1980-2708 (over 1971 A-F); 8A1980-2709 (over 1971 G-K); 8A1980-2710 (over 1971 L-R) 8A1980-2711 (over 1971 S-Z);
;

(transcriptie E. van Dooremalen)(scans verkrijgbaar)


Koninklijke onderscheidingen 1903-1940(1949)

J. Zwama


Geboren: -
Wonende: -
Functie: hoofdinspecteur politie
Onderscheiding: Ridder in de Orde van Oranje Nassau 
Uitreiking: -

Aanmerkingen:
- Naar aanleiding van het onderhoud dat ik gisteren met UEdelAchtbare heb gehad, zij het mij vergund het volgende alsnog onder Uwe aandacht te brengen:
Ridder in de Orde van Oranje Nassau zyn o.a. de Hoofdinspecteurs van politie te Amsterdam C. Bakker en K.H. Broekhoff en de Inspecteurs van politie 1ste klasse E.C.J. Staal te Amsterdam en P.P. Paul te 's-Gravenhage.
Het is mij bekend dat de Regeering by hare overweging tot toekenning van dergelijke onderscheidingen ook rekening houdt met hetgeen door den betrokken persoon belangloos is gedaan in het belang van het algemeen. Zoo heeft de Commissaris van Politie te Hilversum zyn onderscheiding als Ridder in de Orde van Oranje Nassau te danken aan zyne belanglooze bemoeiingen in de totstandkoming van den Politie-radio-omroep.
Behalve dat de Hoofdinspecteur van politie J. ZWAMA, tijdens hij bij de Politie werkzaam is, in zijn kwaliteit van Onbezoldigd Rijksveldwachter ter handhaving van de Rijks wetten, vele belangrijke diensten heeft verricht, waarvoor hij dan ook herhaaldelijk van gemeentewege is beloond, is hij ook nog vele jaren, van 14 November 1914 tot 1 Maart 1929, ter uitvoering van een desbetreffende bepaling in de Algemeene Politieverordening dezer gemeente, lid geweest van de plaatselijke bioscoop-commissie, de laatste acht jaar tevens als voorzitter, terwijl hij sedert laatstgenoemden datum, toen de Bioscoopwet in werking trad, lid tevens voorzitter is van de plaatselijke commissie van toezicht op de bioscopen alhier. De diensten die hij gedurende ruim 14 jaar in die functie heeft verricht, geschiedden voor een goed deel in vrijen tyd en soms in de wintermaanden onder omstandigheden die zeer zeker niet benijdenswaardig waren.
Ook is hij reeds eenige jaren door Heeren Burgemeester en Wethouders, krachtens art. 38 der Pandhuiswet, aangewezen om met een anderen ambtenaar een onderzoek in te stellen naar het beheer der particuliere banken van leening alhier, hetgeen hij, evenals de vorengenoemde functies, geheel belangloos heeft gedaan.
Voorts is hij sedert 13 Maart 1926 door den Minister van Justitie aangesteld tot vervanger van den Commissaris van Politie te Dordrecht. Bij mijne afwezigheid heeft hij dus na te komen de verplichtingen die aan dat ambt verbonden zijn.
Waar hij bovendien van 1 Juni 1914 tot 1 November daaraanvolgende, tijdens de vacature van Commissaris van Politie alhier, in welk tydsverloop de mobilisatie plaats had, alszoodanig dat ambt onder die moeielijke omstandigheden tot volle tevredenheid van den toenmaligen Burgemeester heeft waargenomen, daar meen ik nogmaals beleefd onder Uwe aandacht te mogen brengen, in verband met het vorenstaande, dat er mijne inziens aanleiding bestaat hem voor te dragen tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. (de Commissaris van Politie)


(bron: Erfgoedcentrum DiEP/Stadsarchief Dordrecht 8A1945-3136 (over 1920-1930))

Laatst gewijzigd: oktober/november 2009, maart 2020.