Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: requestenboek gerecht 1727-1728


Bron: Regionaal Archief Dordrecht
Toegang: 9
Inventarisnummer: 145 (requestenboek gerecht 1727-1728; geen paginanummering)

NB. toegang 9 is per 4-9-2014 vernummerd; het oude nummer van 145 was: 108.


28-09-1728 Lammert de Schoonen, gildebroeder smidsgilde


(folio 219)

Aan d'Edele Groot Agtb: heeren den Presiderende Borgermeester, mitsgaders die van den geregte ende Camere Juditieel der Stadt Dordregt.
Geeft Reverentelijk te kennen, Lammert de Schoonen gildebroeder van het Smeden Gilde, mitsgaders, Bosch en Slootmaker alhier, dat de keure van het voorz: gilde onder anderen wel Expresselijk dicteren, ende mede brengen, dat niemand in het voorz: gilde als gildebroeder zal werden aangenomen, ten sij denselve alvorens hadde gemaakt een ordentelijke Proeff, die bij dekenen en Agtluijden van 't voorz: gilde mitsgaders van de gene die het zelve ambagt dede, zijn goetkeuringh vondt, dat ook geen Vremdelingh tot het maeken van een Proeff wierdt geadmitteert ten zij denzelven gemuniceert was, met een ordentelijk getuijgenis van zijn gewesene meester, off Baes, dat hij zijn Leerjaeren hadde uijtgedient, en voldaan, en tot zijn werk instaet was, ook als meester te kunnen ageeren, off iets diergelijx, dat daer en boven omtrent drie jaaren geleden bij die van 't Smeden gilde was geschiedt, dat alle proeven moeste werden gedaan, in presentie van Deekenen, en agtluijden, van het voorz: Gilde, dat nu, omtrent een jaer geleden Dekenen en agtluijden van het voorz: Gilde eenen Jan Hoedemaker, zijnde een vremdelingh, die (quasi) gemuniceert was met een getuijgenis van een Baes, off mr. van Antwerpen, op zijn versoek had,den geadmitteert, tot het maeken van de proeven van Bosch en Slootmaeker, dat denselven Hoedemaker, bij 't opnemen van die proeven aan dekenen en agtluijden voornt: Wel heeft vertoont een fraeij gemaekte Busch off Loop

(folio 219vs)

dog dat dezelve proeff bij de meeste present zijnde Agtluijden niet goedt gekeurt wierd, om dat zijluijden oordeelden dat die door dezelven Jan Hoedemaker selvs niet gemaakt was, dat eenigen tijdt daar aan denselven Jan Hoedemaker op Seekere morgenspraek voor deekenen en Agtluijden voornt. ontboden zijnde, aldaer Volmondigh heeft bekendt en betuijgd, dat hij de Voorn: Bosch off Loop niet gemaakt hadde, maer sulx op aenradingh van twee dekenen voorgegeven hadt, daer bij voegende dat hij Hoedemaker niet in Staet was om een ordentelijke Busch off Loop te kunnen maken, en dezelve ook nooijt hadt zien maken, dat ter zake van die Proeff tusschen eenige dekenen, en agtluijden geschil ontstaen zijnde (als zijnde eenge daar voor om dezelve goet te keuren en andere, en wel de meeste om dei aff te keuren) parteijen des aangaande Waaeren gecomparert Voor den Ed:e heer als doen President Borgemeester Daniel Eelbo, dat als doen door gemelte heer Borgermr: is verstaen en goetgevonden, dat door den gemelte Hoedemaker een andere bosch off Loop Soude moeten werden gemaakt, in bijwesen van deekenen en agtluijden van het voorz: gilde, dat daar op door denzelven Jan Hoedemaker (Soo men voorgeeft) op den 9e: feb: 1728 s'morgens ten vier uiren wederom een nieuwe Bosch off Loop is gemaakt in presentie van twee dekenen en twee agtluijden, met namen Jan Giltaij en Jan Piijon, als dekenen mitsgaders Gerrard Schep, en Jan Janse Chastelet, als

(folio 220)

Agtluijden van het voorz: Gilde dat de verdere agtluijden des morgens ten seven uiren daar Wel bij geroepen zijn, om dezelve proeff te zien Semden, Edog dat dezelve kort daar na daer bijkomende ondervonden, dat dezelve proeff reets gesmeet was, dat in opsigte van de goet off niet goetkeuringh van die proeff, en wel voornamentlijk hoe en op wat wijse die moeste geschieden, alweder om geschillen tusschen deekenen en agtluijden Voornt. ontstaan zijnde, parteijen nopende dat different sigh op nieuw hadden geaddresseert aan den Ed: heer Borgermr. Herman van den Honaert (die het Presidie als doen waarnam).
Edg dat het zelve different aldaar niet heeft kunnen werden uitj de Wegh geruijmt, dat Vervolgens op Zaterdagh zijnde geweest den 28e feb: dese jaars 1728 bij occasie dat'er wegens het opnemen van een andere proeff een morgenspraek was beleijdt, door eenige present zijnde agtluijden versogt zijnde, dat aan haar het voorz: Rekenboek mogte werden verthoont, dezelve agtluijden als doen hebben gezien, dat 'er in de voorgemelte rezolutie een woort uijtgeschrapt en een 2 voor het Woort agten in de plaats gesteld was, en het geen den gewesene Boekhouder Scholtingh, die de voorz: Rezolutie Eijgenhandigh in het voorgemelte rekenboek hade geschreden, verklaarde wel te weten, dat door hem niet was geaan: alle welke positiven Conform Sullen bevonden en beweesen werden, met een ample attestatie ten dese annex Ende Considereert uijt de voorz: Behandelingh van de voormelte dekenen en agtluijden, die den voorz: Hoedemaker niet jegenstaande zijn Proeff niet na behooren en in presentie van de gene die daer bij moeste zijn, was gemaakt niet anders af te nemen is, als dat dezelve daar op

(folio 220vs)

uijt zijn, om een jgelijk die van haer Smaak maar is, het zij bequaem of onbequaem tot het maken van zijn Proeff, in weer wil vande verdere agtluijden in het voorz. Gilde, als een mede Gilde Broeders in te dringen en aentenemen Sigh (Soo 't schijnt) des niet kreunende off haer Conduites over een komen met de goede trouwe mitsgaders de keure en Rezolutie van haer voorz: Gilde, schoon zijluijden ten aanvang van haare bedieninge onder zolemneele Eede gesworen hebben dezelve te zullen maintineren, ende mitsdien dat er niet anders te wagten is, als men op die Voet Voortaat, dan dat de keure van het Voorz: Gilde wel haest in duijgen Soude komen te vallen, indien daer innen bij tijds niet en Wierde voorsien, Soo vint den Supplt: Sig genootsaakt zijn toevlugt te nemen tot UWEd: Groot Agtb: met Vorige recerentie verzoekende appt: waer beij de keuren en rezolutien van het voorz: Gilde moge werden geapprobeert, ene geamplieert hier mede dat vooraen geen proeven door jemandt welke een gilde broeder in het voorz: gilde tragt te werden zullen mogen werden gemaakt ende opgenomen als in presentie en bijwesen van alle de deeknen en agtluijden van het voorz: Gilde, ten minsten die daer bij present gelieven te zijn, en in Cas er niemand onder de gemelte dekenen en agtluijden van dat handwerk daer de proeff van moeste werden gemaakt mogte zijn, dat het als dan aan de Gildebroederen van dat handwerk mede zal vrijstaen om bij 't maken van dezelve proeff zig ook

(folio 221)

te Laten Vinden, en dat de goet off affkeuringh in dezelve proeven bij meerderheijdt van Stemmen van de presente zal moeten werden gedaan, ende voorts dat aan den voorgemelten Jan Hoedemaker mag werden gelast ende geordonneert, zijne voorz: proeven, opnieuws invoegen als voorz: te maken, ende wijders dat aan de voorz: dekenen en agtluijden insgelijkx mag werden gelast ende geordonneert op zekere poene bij UWEd:e Groot Agtb: daar toe te statueren, om henluijden in 't vervolgh stippelijk na de voorz: keuren en resolutien van haar voormelte gilde mitshaders ampliatie vandien, in alles te reguleren, en dezelve te dien stant grijpen, 't geen bij veral 't grootste gedeelte van het voorz: Smeeden Gilden (Soo den Supplt. vertrouwt) zal werden gelaudeert, kunnende tot een Exempel te Strecken, dat Jan de Gilde op den 28 julij 1698 zijn proeff als Coperslager hebbende gemaakt, in presentie van deekenen en agtluijden van 't voorz: Smeden Gilden, daer nae op 't versoek van de Coperslagers door UWEd: Groot Agtb: is goetgevonden, en geordonneert dat dezelve proeff op nieuws in presentie van dezelve Coperslagers moeste werden gemaakt, gelijk dan ook vervolgens geschiet is, dienende daer en boven nog tot een Convecant bewijs, dat dezelve dekenen bij 't opnemen van de proeff van eenen Pieter Hoffman, op den 28: feb. 1728 voornt. selvs van dat begrip zijn geweest, om dat alle de dekenen en agtluijden als doen daer bij zijn geconvoceert gewerden en gevaceert hebben. 'T Welk doende &a: (was get.) Lambert de Schoonen, P: Venlo, provr.

(In margine stond voor appostil)
De Camere alvorens te disponeren Commit-

(folio 221vs)

teerdt de heeren Mattheus Onderwater en mr: Jacob van de Graaff, omme de nevenstaande Requeste te Examineren parteijen daar op te hooren en Wijders te dienen van haar Ed: Consideratien en advijs. Actum den 20e April 1728 (was get.) R. Nolthenius.
de Camere gehoordt het Rapport van Heren Commis.n. mitsgaders gesien en geexamineert hebbende de nevenstaande Requeste Cum Annepis approbeert de keure en resolutien bij dese Ed: Camere Wegens het Smeden Gild bereijds geëmaneert, Ordonneert Wijders dat de Proeve bij een proeffmeester voortaen zal moeten begonnen en gemaakt Werden ten voertaan van deekenen en alle de agten van het Smeden Gilde ten minsten twee aan twee Succesivelijk bij Verwissellingh en tourbeuren malkanderen Vervangende, en ten overstaan van die van 't handwerk Soo nog deeken nog agten van 't onder de proeff zijnde handwerk waaren. En dat de proeven alsoo gemaakt zijnde zal moeten werden opgenomen ten overstaan van gemelte dekenen, en alle de agten, mitsgaders die van het handwerk: admitteert wijders Jan Hoedemaker als Gildebroeder van het Smede Gildt, des doet denselven over geen proeff van zijn ambagt zal mogen staan gelast, en ordonneert den Boekhouder Jan Giltaij en deeken Jan Piijon, om redenen de Camere daar toe moverende aan Lammert de Schoone te

(folio 222)

restitueren desselvs onkosten, die hij wegens het presenteren van deze requeste, en belegge van de geannexeerde attestatie heeft indergaan uijt haare prive Beurs Sonder dezelve tot laste van 't Gild in Rekeningh te mogen Brengen ter taxatie en moderatie van de Camere voornt. Actum den 28e Septemb. 1728. In kennisse van mij als Secretaris (was get.) R: Nolthenius.

Laatst gewijzigd: juli en oktober 2014 (bewerking van E. van Dooremalen)