Aanmelden | Contact
Zoeken

Dordrecht: requestenboek gerecht 1727-1728


Bron: Regionaal Archief Dordrecht
Toegang: 9
Inventarisnummer: 145 (requestenboek gerecht 1727-1728; geen paginanummering)

NB. toegang 9 is per 4-9-2014 vernummerd; het oude nummer van 145 was: 108.


07-12-1728 Jacob Lankvelt, zijn zuster Maria Lankvelt


(folio 247)

Aan de Ed:e Groot Agtb.re heeren die van den geregte ende Camere Juditieel deser Stadt Dordregt.
Geeft reverentelijk te kennen Jacob Lankvelt woonende alhier als bij appt: van UWEd: Gr: Agtb: aangestelt omme de goederen van zijn minderjarige Suster Maria Lankvelt, ende wel Specialijk de goederen aan haar van Barbera Anna de Calard opgekomen geduirende de minderjarigheijt van de voorn: zijne Suster te administeren dat Paulus de Saillij in zijn Leven Stadthouder tot Cruijslandt in der teijdt is aangesteldt en gecommitteert om de helvte der goederen en Effecten door de voorn: Berbera Anna de Caluard naargelaten voor zoo verre die aan den Supplt. en zijne Susters en broeders

(folio 247vs)

Competeerden te administeren en beneficeren dat de voorn: Saillij t sedert den jaare 1717 de goederen geadministreert hebbende, en in het Laatst van den voorleden jaare 1727 deser weereld sijnde komen te overlijden, was vervolgens deselve Boedel door Maria Wijtinck wed:e van Jan de Saillij als Moeder en Voogdesse over haare minderjarige kinderen geaenvaart onder Benefitie van inventaris, gelijk als Sij ten dien eijnde dan van den Raade van Brabant in den Haage Resideerende hadde geobtineert brieve van Benefitie van inventaris met Committinus aan den geregte van Steenberge, en welke brieven aldaar ook zijn geinterineert geworden, dat den Supplt: mitsdien de voorn: Maria Wijtingh wed.e Saillij in haare voorz: qualiteijt hebbende doen aanspreeken omme te hebben Reekeninge ende Verantwoordinge van de administratie door den voorn: Paulus de Saillij over gem: goedren van Barbera Anna de Caluard gehouden, vervolgens dezelve wed:e Saillij nu onlangs aan den Supplt: daar van een Reeckening hadde overgelevert dat bij Examen van die Reeck: den Supplt: had bevonden dat de gem: Wed:e Saillij in haare qt: sustineerde dat 'er meerder was

(folio 248)

uijtgegeven dan ontfangen en sulx zij in haare qt: te boven quam een Somme van drie honderdt ses en taghtigh gulde vijff stvers: ses penn: dog dat den Supplt: daar jegens vermeende dat in die Reeck: meenigvuldige posten waaren gebragt Soo wegens betalinge aan des Supplts. vader en moeder, tot haar onderhoud gedaan als anders, Waar toe den voorn: Paulus de Saillij niet bevoegt off geauthoriseert was geweest, dat vervolgens te dugten zijnde dat over de Reckeninge Souden ontstaan procedure in Cas van debat, die dorgaans Seer kostbaar en van Langdurigheijdt zijn, den Supplt. considerende den onseekeren Uijtslagh van dien, en wel Specialijk dat als die procedure als in zijn vaveur quamen uijttevallen het dan nogh zoo haggelijk was, off hij ooijt uijt den voorz: onder benefitie van inventaris geadrieerden boedel van Paulus der Saillij ietwes Soude konnen trecken veel min van 't sloth der Reeck: Soude konnen werden voldaan, mitsdien terade was gewerden, om door intercessie van Wedersijdse Pratizijns in den Hage de voorz: differenten te assopieeren, en vervolgens met de gem: wed:e Saijllij aan tegaan verdragh en accord, Soodanigh dat zij niet alleen niet Soude pretenderen van het gem: Sloth van Recke: Soo als Sij dat quam te begrooten maar dat zij in tegendeel aan den Supplt. Soo van hem Selvs als voor zijn gem: Suster Soude betalen eens twee honderdt guldens

(folio 248vs)

Soo als alles breeder uijt de Reeckeninge en agterstaande Conventie in dato den 19 novemb: 1728 en ten desen annex kan werden gesien dan naar dien den Supplt: in zijne voorz: qt: het zelve niet anders heeft aan gegeaan als onder approbatie van UEd:e Gr: Agtb: en dat hij Supplt: om redenen voorz: vermeent het zelve accord en Conventie in allen deeze voor zijn gem: Suster raadzaam en voordeeligh te wesen, gelijk als hij voor zijn Privé een ent selve intrest hebbende mede de voorz: Conventie in dier voegen Soude aangaan en teekenen.
Soo keert den Suppt: hem tot UWEd: Gr: Agtb: versoekende dat UWEd: Gr: Agtb. in regarde van des Supptls. gem: minderjarige Suster de voorz: Conventie en accord geleiven te approoberen, en den Supptl: vervolgens te authoriseren de voorz: Reeckeninge en agterstaande Conventie te teekenen, en daar van te verleenen appt: in forma (onderstond) 't welk doende &a. uijtten naame van den Supplt (was get.) B:V:Gelsdorp, procr.

(in margine stond voor appostil)
De Camere alvoorens te disponeren Committeert de heeren mrs. Johan van Neurenburgh en Adr(i)aan Dingeman van der Burgh Scheepnen omme de nevenstaande Requeste te Examineren en haar Ed:e Groot agtb: te dienen van haar Ed:e Consderatien ende advijs. Actum den 23e nov: 1728 (was get.) P: Eelbo.

(folio 249)

(Stond nogh)
De Camere gehoort hebbende het Rapport van heeren Commiss.n mitsgrs: gesien ende geesamineert hebbende dese nevenstaande Requeste accordeert den Supplt. zijn versoek approbeert mitsdien de Conventie en accord Breeder ter Requeste gemeldt, ten Requarde van zijn Supplts. minderjarige Suster des dat de een honderdt guldens, dewelke haar uijt dien hooffde is Competerende ook ten haare voordeele werde aangelegt, en authoriseert vervolgens den Supplt: omme de geannexeerde Reekeningh en agterstaande Conventie te teekenen. Actum den 7en decemb. 1728 (was get.) P: Eelbo.

Laatst gewijzigd: juli en oktober 2014 (bewerking van E. van Dooremalen)